De werkster

Ooit had ik een werkster die, elke keer als ze kwam, mijn interieur veranderde. De luie stoel verplaatste ze naar een plek bij het raam. Zo had ik beter licht en hoefde ik er niet meer omheen te lopen. De grote pedaalemmer in de keuken zette ze bij de gootsteen. Dan gaf het geen vlekken op de vloer als ik er iets nats in gooide. Niet wat ik wilde. Handig, dat wel. Binnenkort wordt mijn bijkeuken verbouwd. Een styliste maakte een ontwerp en samen besteedden we veel tijd en zorg aan het uitzoeken van de materialen. De verkoper van de sanitair winkel waar ik de spullen wilde bestellen was het niet eens met de keuzes die ik had gemaakt. Hij was behoorlijk dwingend en vond zijn ideeën beter.
Wat hebben de werkster en de verkoper nu te maken met ons werk als vertrouwenspersoon? Alle drie vinden ze het moeilijk om zich niet te bemoeien met zaken waarvoor ze niet zijn ingehuurd of wat hun niet wordt gevraagd. Natuurlijk, hun inzet is goed bedoeld, maar ook irritant en niet zonder risico. De werkster heb ik al lang niet meer, de materialen voor de bijkeuken kocht ik elders.