Categoriearchief: Peta

Zachtmoedig al se boos bij Milonga

Kun je vallen op een woord? Ik viel op ‘zachtmoedig’. Ik zag haar op het schermpje van mijn oude telefoon, kennelijk in mijn algoritmes verzeild geraakt. Aan haar toon en hoe ze eruitzag, maakte ik op dat ze wijs moest zijn.
‘Zachtmoedig is vergevingsgezinder, betrokkener’, zei ze. Zachter dan wat? vroeg ik me af. Bovenaan de trap, waar ik soms even zit voordat ik aan de dag begin, hoorde ik haar antwoord. Zachter dan het mannelijke ‘moed’, zei ze. Ik veerde op. Natuurlijk, zacht én moedig.

Zonder moed zijn we nergens. Ik denk aan peuters die leren lopen, na een valpartij weer opstaan, een nieuwe poging doen. En aan ‘van moet (met een t) naar moed (met een d)’, al houd ik meer van deze quote: ‘de eerste stap is het masker opzetten van moed’. Fake it till you make it, want moed kun je leren.

Lees verder

Een meloen kun je niet horen

‘Nee, ze klotsen niet,’ denk ik als ik op de markt uit het kratje de beste Galiameloen zoek. Ik moet wachten, er staat een lange rij. Tijd om te denken aan mijn vader, de krant en de meloen. Ik denk dat ik rond de dertig was.

Mijn vader zit in de stoel dicht bij de t.v. De ouderwets grote krant die hij voor zich houdt heeft hij zo gevouwen dat het makkelijk leest. Zo vouwen, dat is me nooit gelukt. Ik loop naar de keuken waar mijn moeder de boodschappen uitpakt. Ze pakt de meloen die ze kocht, wil hem aansnijden en verdelen. Ik ben haar net voor, pak de meloen en loop ermee naar mijn vader. Ik sta naast zijn stoel en beweeg de meloen voor zijn linkeroor heen en weer. Hij kijkt op.
‘Hoor je dit wel?’ vraag ik. Hij schudt zijn hoofd. We proberen het andere oor. De krant heeft hij op zijn knieën laten zakken. Ik zie angst in zijn ogen, schrik. Dan dringt het tot hem door: niemand hoort het klotsen van een meloen! Hoe het afliep weet ik niet meer, wel dat ik de steeg in rende.

Lees verder

De herfst

‘In de zomer ben ik leuker,’ zegt mijn zangjuf. Korte dagen, kou en regen. Aan het begin van de les een praatje over het weer.  

‘Ik ben nooit leuk,’ reageer ik. Een lastige dag, rumoerige buren in het kantoor naast me, een moeilijk gesprek met een opdrachtgever. We schieten in de lach. 

‘Altijd moeite met de overgang naar de herfst,’ nuanceer ik. Als het een keer winter is, is het wel weer goed. 

‘Ik vind het gewoon lastig, veranderingen,’ denk ik vlak voor ik mijn eerste noten zing. Veel melders hebben te maken met veranderingen, schiet het nog even door me heen. Opgelegde wijzigingen. Onverwacht en onvoorbereid soms. Het kunnen net de druppels zijn op de toch al volle bordjes. 

‘Nu maar even lekker zingen.’ De muizenissen in mijn hoofd galm ik onder pianobegeleiding de kamer in. 

Zwaarbeladen

Aiaiai, denk ik als ik het bericht van de telefoniste lees. Energie stroomt door mijn lijf, een beetje groter voel ik me. Een nieuwe opdrachtgever. Ik google de organisatie die belde en op zoek is naar een vertrouwenspersoon. Op een presenteerblaadje lijkt het. Een grote zorginstelling in Oost-Groningen, precies waar ik van houd. Zin in!

Ik kwam niet op het idee te denken aan hoe ik eraan toe was in het voorjaar. Het gekwakkel met mijn gezondheid, het overlijden van mijn moeder, te veel werk.  Ik dacht niet aan de gesprekken die ik voerde met een coach of aan de nieuwe koers die ik vervolgens was gaan varen. Ik nam afscheid van tien opdrachtgevers en van twee collega’s. Daardoor kreeg ik meer tijd voor sport, voor schrijven en vrienden. Ik had ervoor gezorgd dat ik klaar was voor de ouder wordende toekomst. Al drie vriendinnen met pensioen, 65 net als ik.  Waarom zou ik aan al die dingen denken? De dagen waren inmiddels langer geworden, de zon scheen uitbundig, de tuin was ontploft. Ik had zoals elke zomer, weinig werk en veel tijd voor leuke dingen. Superfit voelde ik me. Een nieuwe uitdaging? Waarom niet!

Het kwartje valt pas ruim een week later. Midden in de nacht word ik wakker uit een droom. Ik beweeg mijn voeten voorzichtig op het gele marmoleum, op weg naar de badkamer met de roze-blauwe tegelwand. Ik sla de net gedroomde beelden in me op om ze de volgende dag onder de loep te kunnen nemen.

Lees verder

Feedback op het Pieterpad

Beroepsdeformatie, dat is het. Ik liep deze zomer vier etappes van het Pieterpad, van Schoonloo naar Ommen. Van hotel naar hotel. Alles voor me geregeld. Ik genoot, kreeg energie, had echt vakantie. Er vielen me wat dingen op, over het geven en ontvangen van feedback. Ik kon het niet laten.

Schoonloo
‘Hééél heet.’ Met mijn lippen maak ik een puffend geluid. De eigenaar van het hotel in Schoonloo, waar ik drie nachten verblijf voor ik aan mijn voettocht begin, duwt zich met zijn handen op aan de armleuningen van de oude bureaustoel. De wieltjes krassen over het laminaat. Zijn lichaam helt naar links, als hij mijn rekening uit de printer vist.
‘Je hebt hem zelf geboekt,’ buldert de gedrongen man. Met mijn rechterelleboog zoek ik steun op de balie van zijn kleine volle kantoor. De geur van net gebakken croissants.
Ik zucht. Wel een vraag stellen maar niet kunnen dealen met het antwoord, denk ik.
Dertig graden, de zon tot hij onderging op de kleine dakkapel van de kamer waar ik sliep. De ramen in de oude witgeverfde metalen kozijnen konden slechts op een kiertje open.
‘Je had een ventilator toch?’ Die kon alleen pal voor het bed staan. Te veel lawaai.

‘Laat toch zitten,’ spreek ik mezelf toe. Ik had immers heerlijk gegeten op hun mooie terras, kilometers afgelegd op de bij hun gehuurde e-bike. Geen zin om te denken aan het kleine warme hok waarin ik sliep, de korte paniek van niet kunnen ontsnappen. Ik stap de zonnige dag in, op weg naar Sleen. Ik voel de donkergroene wandelschoenen aan mijn voeten, mijn tenen. Misschien toch te klein gekocht?

Geef geen feedback aan mensen die het antwoord niet kunnen horen.

Gegenereerde afbeelding

Lees verder

Haute Cuisine

‘Pannenkoekrestaurant of Bistro?’ Een vriendelijke stem uit mijn telefoon. Op de achtergrond het geluid van opgewonden kinderen. Bomvol, klinkt het. Na de 25 kilometer die ik vandaag gelopen heb, Coevorden-Hardenberg, etappe van het Pieterpad, wil ik lawaai en drukte vermijden. Dat dat anders uitpakt weet ik dan nog niet.
‘Doe maar Bistro,’ zeg ik. Een eetgelegenheid pal naast het hotel waar ik komende nacht zal slapen. Drie kilometer teruglopen naar het centrum waar andere eetgelegenheden zijn, ik moet er even niet aan denken.

Twee uur later loop ik naar binnen over de oneffen vloer. De ruwe stenen op de muur doen me denken aan de pizzeria in Leeuwarden waar ik altijd bang ben dat er weinig voor nodig is om de boel in vlammen op te laten gaan. Geen enkele uitweg.
Snel wordt er plaats voor me gemaakt. Gebruikt bestek en borden opgeruimd. Het tafelblad gepoetst en opnieuw gedekt. Het is de zwarte vierkante tafel waar ik aan ga zitten. De warmte kruipt omhoog naar mijn hoofd. Zweet op mijn rug. De grote eetzaal van het luxe hotel in Twente. Ik zit er weer. Obers en serveersters, achter lage trollies, die ze behendig door de zaal manoeuvreren, elkaar zorgvuldig vermijdend. Zwarte handschoentjes, mondkapjes. Net als nu een wandelvakantie. Coronatijd. Blauwe linnen broek met witzijden bloesje. Een zilveren ketting, gekleurde armbandjes en twee zilveren ringen. Na een dag lopen en zweten heb ik net als de drie dagen ervoor, echt even mijn best gedaan. Het dikke boek van John Boyne, een van mijn favoriete schrijvers, op de rode zitting van de stoel aan mijn linker kant. Uit het zicht. Om de wachttijd tussen de vele gangen mee te vullen.

Gegenereerde afbeelding

Lees verder

De winkelbeleving. 

‘Ik voel me niet echt welkom.’ De woorden zijn eruit voor ik er erg in heb. Harde stem. De karren met planten die altijd buiten naast de ingang staan, bevinden zich nu op de mat voor de automatische deur waardoor ik net naar binnen ging. Lekker handig! Ik moest er omheen lopen om een boodschappenkarretje te pakken. De mobiel die ik uit mijn jaszak haal licht op. Nog niet eens kwart voor zes. 

Lees verder

Als-dan, bij de Mathaus Passion

Stille donderdag. De Matthäus Passion. Al een aantal jaren vaste prik. Groningen dit jaar. Een lange muzikale zit. Als we onze stoelen gevonden hebben prikkelen de hier en daar te rijkelijk opgespoten parfums mijn slijmvliezen. De vrouw naast me hoest nog eens voluit. Hopen dat het gekriebel in haar longen straks niet opspeelt.

Al snel vullen de klanken van koor en orkest de Oosterpoort. Het Roder jongenskoor. Pijen in een rechte rij geordend voor het orkest. De jonge ogen ernstig de zaal in. Een enkel paar angstig. Als ze aan de beurt zijn klinken ze puur en zuiver. De tijdloze sereniteit van hun zang stroomt door mijn lichaam. Ik hoop dat die de flarden van zinnen die door mijn hoofd razen wegspoelt.

‘Ik stop bij jullie.’ Nog bijna drie maanden hadden ze om een opvolger te zoeken.Bachs Matthäus-Passion door Raphaël Pichon | NPO Radio 4 | NPO Klassiek Lees verder

The housecleaner

De housecleaner

‘My wife loves the housecleaner.’  Weer thuis. Na vijf dagen cursus met mensen vanuit de hele wereld, produceren mijn hersens nog steeds Engelse zinnen. Een hoofd vol indrukken en ervaringen. I am still processing. Ik leerde nieuwe dingen over logosynthese, het bijzondere model waar ik als coach al jaren mee werk. Vanuit het conferentiehotel Vila Heidebad in Epe was ik geïnspireerd weggereden. Zin om iets concreets te doen. Ik reed langs een tuincentrum en kocht veertien struikjes. Om de gaten in het hegje in mijn achtertuin mee op te vullen.

‘Until now, nobody cleaned the way my wife likes.’ De eetzaal doemt voor mijn ogen op. De man die de woorden sprak tegenover mij. De beschuitjes met ei, de geur van versgebakken croissants bij het ontbijt. Het heerlijkste eten ’s avonds bij het diner. We maakten foto’s van elk gerecht. De kunstwerken leverden bewonderende reacties op van het thuisfront!

Lees verder

Een rekening vereffend

‘Su houwe opruming.’ Ik zie mijn moeder aan tafel zitten, het hoofd gebogen over de krant. Veel rouwadvertenties zo aan het eind van het jaar. Ik heb het haar meermalen horen zeggen. Als zij zelf overlijdt, twee dagen na kerst in 2024, staat haar advertentie ook op een van de vele pagina’s in de krant. Het lukt ons met moeite een uitvaartondernemer te vinden. We ontmoeten hem in het huis van mijn moeder dat is veranderd in een soort hoofdkwartier. Veel lieve kaartjes aan de ketting waar ook nog de kerstkaarten hangen die mijn moeder kreeg toen ze nog leefde. Op de tafel staat het postbakje waarin we alle documenten verzamelen die we deze week nodig hebben. Rollen tape, halflege theekopjes, een laptop. De inmiddels half opgegeten appeltaart staat op het aanrecht. Stemmen door elkaar. In de kamer, in het gangetje bij de wc, in het halletje bij de voordeur. We zitten ieder op ons eigen eilandje van waaruit we kunnen regelen wat moet.

Lees verder