Feedback op het Pieterpad
Beroepsdeformatie, dat is het. Ik liep deze zomer vier etappes van het Pieterpad, van Schoonloo naar Ommen. Van hotel naar hotel. Ik zette door, kreeg energie, had echt vakantie. Hoewel, er vielen me wat dingen op. Over het geven en ontvangen van feedback.
‘Hééél heet.’ Met mijn lippen maak ik een puffend geluid. De eigenaar van het hotel in Schoonloo, waar ik drie nachten verblijf voor ik aan mijn voettocht begin, duwt zich met zijn handen op aan de armleuningen van de oude bureaustoel. Terwijl de wieltjes krasten over het laminaat, vroeg hij of alles naar wens was geweest.
‘Je hebt die kamer zelf geboekt,’ buldert de gedrongen man, als hij mijn antwoord hoort. Met mijn rechterelleboog zoek ik steun op de balie van zijn kleine volle kantoor. Ik zucht. De zon scheen tot hij onderging op de kleine dakkapel van de kamer waar ik sliep. Het is al dagen meer dan dertig graden.
‘Je had een ventilator toch?’ De kamer was zo klein dat dat lawaaiige ding alleen pal voor het bed kon staan. De ramen in de oude witgeverfde metalen kozijnen konden slechts op een kiertje open.
‘Laat toch zitten,’ spreek ik mezelf toe. Geen zin om nog te denken aan de paniek die ik voelde omdat ik niet kon ontsnappen uit het snikhete hok waarin ik sliep. De man vraagt feedback maar kan niet dealen met het antwoord, denk ik. Ik draai me om, stap de zonnige dag in, op weg naar Sleen.
In Sleen is alles beter. Ik land na 25 warme kilometers in de hangmat in de grote tuin van de B&B. Ik mag slapen in een kingsize bed, onder een geïsoleerd dak, in een ruime kamer. Vitrines met kleurige sieraden, smaakvolle schilderijen aan de muur. Als ik de volgende dag weer vertrek maak ik een extra krabbel op het formulier dat ik in moet vullen voor de toeristenbelasting. Super verblijf, schrijf ik, jammer dat ik niet nog een dag kan blijven.
‘Lief’ zegt de eigenaresse als ze mijn woorden leest. ‘Schrijf je nog een review op onze site?’ Dat doe ik, aan het eind van diezelfde dag, na de derde etappe in Coevorden.
Daar laat ik me bij aankomst vallen op het bed. ‘I did it!’ zeg ik hardop. De geur van oud stof lost op in de vermoeidheid die van me afglijdt. De onophoudelijk zoemtoon die ik hoor neem ik voor lief. Als ik de volgende dag opsta, voel ik warmte onder mijn blote voeten. Raar, denk ik. De zwart /witte tegels in de badkamer zijn veel warmer dan je zou verwachten, ook na drie dagen hittegolf. Dus zeg ik, terwijl ik het helemaal niet van plan was, op weg naar het ontbijt, tegen de vrouw achter de balie: ‘De vloerverwarming op mijn kamer is aan.’
‘O, dat is de afdeling van mijn man.’ De vrouw, met het strak achterover getrokken blonde haar, zucht.
‘U kunt de airco aanzetten,’ zegt ze. Ze kijkt, over haar leesbril, op van het computerscherm.
‘De vloerverwarming aan bij een hittegolf?’ zeg ik. Mijn wenkbrauwen schieten omhoog.
‘Er is ook een zoem in de kamer,’ ga ik verder. Ik denk dat ze dat wel wil weten, er iets aan wil doen.
‘Ik geef u een andere kamer,’ zegt ze resoluut en scrolt door het planningssysteem.Warme vloertegels, een zoem waar ik doorheen had geslapen. Slechts eén keer was ik wakker geworden van een slaande deur, nog maar één nacht te gaan. Ik kijk naar de witte slippers aan mijn voeten. Ik ben op weg naar het kopje thee, de yoghurt met cruesli, een nieuwe vakantiedag.
‘Zal ik over nadenken,’ zeg ik.
‘Doe uw voordeel met mijn feedback.’ Maar dat zei ik natuurlijk niet. Later kijk ik nog even op de website. Al jaren dezelfde reviews. Gebrom. Muffe geur. Over vloerverwarming in de badkamer lees ik niks.
Een dag later vervolg ik het Pieterpad. Het appje met de code voor de deur van het hotel in Hardenberg krijg ik ’s morgens aan het begin van de derde wandeldag, op de whatsapp. Het is een route waar geen eind aan komt. Als ik in het centrum ben, is het zeker nog een uur lopen voordat ik aankom bij een klein stenen gebouw. In het bos, aan een groot verlaten parkeerterrein. De sleutel van de kamer vind ik op het aanrecht, het in plastic verpakte ontbijt in de schoongepoetste koelkast. Een hor voor het raam dat ver open kan. Hier slechts één nacht. Daarna komt de vraag om feedback in een tekstbericht, als ik al even onderweg ben naar mijn eindbestemming. Later, denk ik.
Maar later ben ik in Ommen, daar wil weer iemand anders weten hoe ik een en ander heb ervaren. Een jonge vrouw, achter een balie, die willekeurig lijkt neergezet op grote grijze plavuizen, in een kale hal.
‘Was alles naar wens?’ vraagt ze.
‘Ja hoor,’ zeg ik tegen de vrouw die niet opkijkt van haar scherm. Ik heb geen zin om het te hebben over de vergane glorie van het gebouw waarin zij werkt. Geen zin om iets te zeggen over het verkeer. Het onophoudelijk gebonk van auto’s over de brug, streamde onophoudelijk, versterkt door het water van de Vecht, mijn kamer in waardoor ik onrustig had geslapen. Geen zin om nog ergens wat van te vinden. Zin om naar huis te gaan.
Op vakantie zijn is heerlijk, het Pieterpad een beleving, feedback geven en ontvangen een kunst.
