Voor jezelf opkomen (1) – De leidinggevende uit haar dak

‘Wil een situatie op het werk bespreken, graag afspraak.’ Een memo van de telefoniste. Mailadres, telefoonnummer en organisatie genoteerd. Nieuwe melder, ik noem haar hier Nel.
Na veel geschommel zie ik de vrouw, eind vijftig schat ik, op het grote scherm van mijn computer. Het haar alsof ze net van de kapper komt. In mijn neus prikt de geur van haarlak, vlaag van een herinnering.  Haar ogen stralen als ik vraag wat voor werk ze doet in het verzorgingshuis. Ze vertelt over de werkzaamheden, voorraden aanvullen, wassen draaien, dierbare bewoners. Als ze aanbeland is bij de reden van haar contact met mij, is er van haar sprankeling niet veel meer over.

‘Ik schrok me rot,’ roept ze. Mijn hand gaat over het ruwe hout van het bureau waar ik aan sta.  ‘Ze ging helemaal uit haar dak.’ Soms is ‘uit het dak gaan’ slechts een beleving.
‘Hoe ging dat dan?’ Door de oranje lamellen die voor de grote ramen van mijn kantoor hangen, zie ik aan de overkant van het water het grauwe kantoorgebouw dat ontmanteld wordt. Nieuwe appartementen, een groot penthouse.
‘Haar ogen schoten vuur. Ze deed een stap achteruit, stap op zij. Ze greep om zich heen om de laptop te pakken en riep: ik trek het niet meer.’ In mijn computer zie ik de armen van Nel maaien, haar hand maakt een grijpbeweging. Zelden krijg ik een verhaal zo beeldend voorgeschoteld.
‘Een ziek kind, ik kan toch ook niet alles tegelijk, ben al bij een psycholoog.’ Nel roept wat de teamleider riep. Als lava uit een vulkaan. Ik voel mededogen met de vrouw die toch een voorbeeld zou moeten zijn voor de mensen die ze aanstuurt. Ik noem haar hier Victoria. Te veel op het leidinggevende bordje, schat ik in.
‘Ze schreeuwde. De receptioniste, die een stuk verderop zit, heeft het gehoord.’ Nog meer mededogen voel ik voor Nel, die onder al die woorden bedolven werd.

Overwerkte vrouwelijke bedrijfsmedewerker die wanhoop en stress uitdrukt door luid naar de camera te schreeuwen. Beroepsvrouw met negatieve gevoelens door overdreven werkdruk. | Premium Foto

Wat eraan voorafging? Nel stuurde een app naar Victoria over het rooster. Ze was te zwaar ingezet, dat kon ze fysiek niet aan. Toen ze ruim een dag later nog geen reactie had, en de diensten waar ze vanaf wilde steeds dichterbij kwamen, zocht ze Victoria op.
‘Ik raak gefrustreerd als je niet op mijn appjes reageert.’ Ze had het zo rustig mogelijk gezegd toen ze Victoria eindelijk trof. Het bij jezelf houden, zo had Nel het geleerd.
‘Goed gedaan,’ zeg ik. Maar dat vond Victoria niet.

‘Fijn dat ik even mijn verhaal kwijt kan.’ Ik hoor de lucht die Nel door haar tanden naar buiten laat stromen.
‘Ik weet niet goed wat ik moet doen.’ Haar hand reikt naar de zwarte leesbril. Ze trekt hem uit haar lange haar.
Er volgt een gesprek waarin we haar opties bespreken: een afspraak met Victoria, met of zonder de HR-adviseur, met of zonder mij, signaal afgeven bij de hogere leidinggevende. We bespreken voor- en nadelen, effecten. Ook niets doen is een optie. Dan zie ik op het klokje van mijn computer dat er een uur verstreken is.
‘Denk er rustig over na,’ rond ik af. Als je zo geschrokken bent, is het moeilijk besluiten.

‘Zo raar.’ Een week later. Zelfde medium, minder goed bereik. Haar donkere haar, nog net als vorige keer.
‘Victoria groette me heel vriendelijk.’ Dat deed ze doorgaans alleen tegen de verpleegkundigen.‘Ze vroeg hoe het was met het rooster.’ Over de ongecontroleerde uitval hadden ze het nauwelijks gehad. En hoewel Victoria zei dat ze niet kon garanderen dat het niet nog eens zou gebeuren, lijkt Nel het niet nodig te vinden er nu iets tegen te ondernemen.
‘Af en toe maar een vakantiedag opnemen,’ zegt ze. Ze wil zich niet ziekmelden, ze kan haar collega’s niet opzadelen met nog meer werk.
‘Ik kom zelf wel weer op de lijn.’ Voordat ik het weet gaat het beeld van mijn scherm op zwart.

‘Opgelost?’ Ik vraag het me af als ik over de blauwe vloerbedekking loop in het grote gebouw waar mijn kantoor is. In het keukentje aangekomen, ruik ik de thee die ik net heb ingeschonken. Zoethout en anijs. Een lichte onrust in mijn borst. Een stemmetje. ‘Kan niet.’ Ik laat alles wat Nel net zei nog eens in me omgaan.
‘Plotseling met mijn man naar het ziekenhuis.’ ‘Naar de dokter, al jaren pijn in mijn benen.’ ‘Slaap niet optimaal.’ Ze had het gezegd met vlakke stem, zonder emotie. Daardoor waren haar woorden niet goed bij me binnengekomen. Het rauwe gevoel in mijn keel hoest ik weg. Zo gaat dat soms. Nel heeft nu eerst andere problemen die aandacht vragen, denk ik. Andere hulpverleners. De vertrouwenspersoon? Die heeft ze pas twee maanden later weer nodig.

Dit was deel een van drie columns die samen één verhaal maken. Lees ook de andere delen.

2 Voor jezelf opkomen – Het boek moet dicht

3 Voor jezelf opkomen – Ritueel van aandacht en erkenning