‘Vlak voor het einde van mijn dienst moest ik zo huilen.’ Ik kijk op het scherm naar de vrouw met het donkere haar, Nel. Ik sprak haar al eerder. Ze was overbelast en toen ze haar leidinggevende Victoria, op een ongelukkig moment, aansprak was die ongecontroleerd tegen haar uitgevallen. Ik laat mijn bureau rustig naar beneden zakken. Zitten is nu beter.
‘Het ging echt niet meer, en toen heb ik me ziekgemeld.’ Bijna twee maanden was ze nu thuis, het werk kon ze inmiddels wat beter loslaten. Zo moeilijk om haar collega’s in de steek te laten.
Van de bedrijfsarts moet ze koffiedrinken met Victoria, zelf vindt ze dat ze nog niet sterk genoeg is.
‘Ik wil het niet oprakelen.’ Een zucht. Ik zie de maaiende armen nog voor me waarmee Nel het verhaal over het gedrag van Victoria verbeeldde.
‘Wil jij mee?’ Zo komt het dat ik met Nel door lange gangen loop. Zij is op bekend terrein. Groter dan ik dacht, sterker ook. Altijd gek als je iemand alleen maar online getroffen hebt.
‘Hoop niet dat ze weer zo boos is.’ Ze draait haar hoofd naar rechts waar ik mijn passen vergroot.
‘HR-adviseur en ik zijn erbij.’ Het ritmische knerpen van onze zolen op het rode marmoleum klinkt geruststellend. De geur van schoongeboende vloeren.
‘Goed dat je er bent.’ Opent Michiel het gesprek. Hij is de HR-adviseur, kennelijk de leider van dit gesprek. Zijn rechtervoet over zijn linker bovenbeen op een van de lage stoelen in het kleine kantoortje waar we met vier mensen net kunnen zitten. Mijn blik gaat langs de ramen, op zoek naar eentje die open kan.
Terwijl Nel vertelt dat ze zo geschrokken is van Victoria haar uitbarsting, zit die onderuitgezakt op de hoge bureaustoel. Haar linkerarm bungelt richting de vloer, haar oksel raakt bijna de armleuning. In de rechterhand houdt ze een pen. Hoogrode wangen. De donker gestifte lippen stijf op elkaar, wachtend tot ze van Michiel mag praten.
‘Ik weet niet of het voor mij veilig genoeg is nog met jóu samen te werken.’ Ik hoor Victoria haar woorden, omhoogschietende stem. Mijn adem stokt. Niks geen uitleg, geen excuus. Ik draai mijn hoofd naar Nel, die onverstoorbaar lijkt. Hè, bah denk ik. Victoria pakt de slachtofferrol. Dat wordt gedoe. Als ze nou gewoon de ‘daderrol’ op zich neemt, dan was ‘sorry’ zeggen het enige wat ze hoefde te doen.
‘Daar gaat het niet over toch?’ Voorzichtig probeert Michiel bij te sturen. Zijn donkerblauwe jasje heeft hij uitgedaan. Zijn woorden blijken de trigger van een nieuwe lavastroom.
‘Daar gaat het wél over. 100 mensen heb ik onder me. Ik geef leiding op basis van gelijkwaardigheid. Ik moet me ook veilig voelen!’ De pen van Victoria schiet uit haar hand, ploft op de grond. Ja hoor, denk ik. ‘Onder me’, lekker gelijkwaardig.
‘Vervelende samenloop van omstandigheden.’ Een nieuwe poging van Michiel.
‘Nel zit slecht in haar vel en als ze Victoria aanschiet is die net heel druk, heeft haast en moet naar een condoleance.’ We hadden Victoria alles kunnen vergeven als ze had ingestemd met deze zorgvuldig geframede woorden. Een bal voor open doel, leek me, maar Victoria schiet in onverwachte richting.
‘Van een twintigjarige.’ In het kantoortje dat grenst aan dat van Victoria, hoor ik stemmen. Verantwoordelijkheid nemen voor haar onbehouwen gedrag, dat gaat deze vrouw kennelijk niet doen.
‘Je zou graag terugkeren naar je werk he?’ Ook ik zoek een manier om de vrouwen samen op het goede spoor te krijgen. Ik kijk naar Nel. Ze haalt diep adem vertelt dan over de pijn, het herstel dat langzaam gaat, het missen van haar werk. Als ze een pakje zakdoekjes uit haar tas vist, verandert de houding van Victoria. Haar handen rusten op de leuningen, haar rug recht. Meer houvast lijkt het.
‘Ik behandel Nel hetzelfde als ieder ander, ik bel iedere twee weken. Dat doe ik heel goed.’ Ze kijkt naar mij. Ik aarzel.
‘Ja, dat gaat goed, je bent dan heel belangstellend.’ De vlakke gecontroleerde stem van mijn melder. Het compliment dat ik niet kon geven.
‘Het lijkt mij dat we dan zo verder kunnen toch? Elke twee weken even contact?’ Michiel spreekt de woorden snel achter elkaar uit, bang om terug te moeten naar het onderwerp dat nog helemaal niet is afgerond.
‘Ík kan het wel parkeren,’ de snelle reactie van Victoria.
‘Maar dan wil ik ook dat jij het boek dicht doet.’ Met een klap slaat ze haar handen tegen elkaar, buigt voorover en kijkt Nel strak aan.
Ik heb het gevoel dat al het goede dat nog in dit kantoor aanwezig was in elkaar wordt geperst. Vacuüm gezogen, zodat het in een heel klein laatje past. Wat overblijft is donker en zwaar. Ik speur op het gezicht van Nel, kijk naar haar houding. Rechtop. Onbewogen.
‘Dat is goed,’ zegt die.
Parkeren en het boek sluiten? Een onrechtvaardige deal, lijkt mij. Misschien heb ik het niet goed gehoord, til ik er te zwaar aan.
‘Voorlopig nog niet aan het werk,’ sus ik mezelf. Eerst maar opknappen.
Deze tekst is gebaseerd op ervaringen van mijn werk als vertrouwenspersoon. Gebeurtenissen zijn onherleidbaar beschreven, namen zijn verzonnen. Elke overeenkomst met een organisatie, plaats of persoon berust op toeval of schrijf ik toe aan het feit dat beschreven gebeurtenissen veelvuldig voorkomen.
Dit was deel twee van een driedelige serie columns. Lees ook de andere twee. Samen maken ze één verhaal.
1 Voor jezelf opkomen – De leidinggevende uit haar dak
3 Voor jezelf opkomen – Ritueel van aandacht en erkenning
