Kun je vallen op een woord? Ik viel op ‘zachtmoedig’. Ik zag haar op het schermpje van mijn oude telefoon, kennelijk in mijn algoritmes verzeild geraakt. Aan haar toon en hoe ze eruitzag, maakte ik op dat ze wijs moest zijn.
‘Zachtmoedig is vergevingsgezinder, betrokkener’, zei ze. Zachter dan wat? vroeg ik me af. Bovenaan de trap, waar ik soms even zit voordat ik aan de dag begin, hoorde ik haar antwoord. Zachter dan het mannelijke ‘moed’, zei ze. Ik veerde op. Natuurlijk, zacht én moedig.
Zonder moed zijn we nergens. Ik denk aan peuters die leren lopen, na een valpartij weer opstaan, een nieuwe poging doen. En aan ‘van moet (met een t) naar moed (met een d)’, al houd ik meer van deze quote: ‘de eerste stap is het masker opzetten van moed’. Fake it till you make it, want moed kun je leren.
Ik wil graag moedig zijn. Voor mijn mening uitkomen of iemand redden. Nieuwe dingen doen en risico’s nemen. Zachtmoedig, ik weet niet of ik het woord ooit heb gebruikt. Ik ken het, vermoedelijk uit de bijbel. Ik vraag eens rond.
‘Dan laat je over je heen lopen,’ zegt iemand die vervolgens verder praat over gefrustreerd zijn omdat je hebt laten gebeuren wat je niet wilde.
‘Nee,’ reageert een ander.
‘Er zit ‘moed’ in. Iets met vriendelijk, geduldig en mild. ‘ Denkt dan diep na en zegt:
‘Kalm je grenzen bewaren als je alle reden hebt om boos te zijn.’
Kalm was ik wel, maar moedig niet. Samen met mijn zussen had ik de ongewenste sieraden van mijn moeder ingeleverd. De goudprijs hoog. Een aantal weken later gaan we terug naar de juwelier. Het tegoed verzilveren. In de oude boerderij lopen we langs wanden vol goud en zilver. Vitrine na vitrine. Ik trek mijn jas los, de sjaal doe ik in mijn tas. Ik zucht diep. Eerst maar wat gemakkelijk is, denk ik. Ik vis een plastic zakje uit mijn tas. Ik zie weer voor me hoe ik op skivakantie, bij het omkleden, het armbandje omdeed. Hoe ik alleen het slotje met een kort draadje in mijn hand hield. Hoe de piepkleine onderdeeltjes in de bloemmotieven van het dikke Oostenrijks tapijt verdwenen.
‘Is alles er nog?’ vraagt de vrouw, rijk behangen met wat de zaak verkoopt.
‘Denk het wel,’ antwoord ik. Ik had lang gezocht, op mijn knieën, mijn handen schuivend over de zachte vloerbedekking.
‘We moeten even meten,’ zeg ik en steek mijn pols naar voren.
‘Nee, het is een standaard maat,’ antwoordt de vrouw. Het geluid van haar armbanden klinkt als muziek uit een doosje.
‘Nou, dat lijkt me niet,’ probeer ik. Als ik niet alles van de vloer heb geraapt, dan komen we zo een centimeter tekort. Ik zeg het nog een keer, kijk ondertussen naar alles wat op het lichaam van de vrouw schittert en laat het dan verder zitten.
Twee weken later rinkelt mijn telefoon.
‘We moeten de omvang weten van uw pols.’ Ik hoor een andere stem dan die van de zwaar behangen verkoopster die ons eerder hielp.
‘Een mailtje van de reparateur’, zegt ze. Dat is het moment waarop ik de kalmte verlies. Verdorie, ik had het nog zo gezegd. Ze heeft niet naar me geluisterd. Zachtmoedig, dacht ik toen maar nu heb ik het gevoel dat ik me simpelweg heb laten overrulen.
Zachtmoedig, het is een deugd die ik graag wil beheersen. Maar dan zoals de grote dikke eik, dichtbij Milonga, in Frankrijk. De plek waar ik samen met tien andere mensen een week heb zitten schrijven. Ik zie weer voor me hoe ik onder de oude reus sta en omhoog kijk, de zon door de jonge bladeren zie schijnen. Ik dacht aan alle wind en storm die de boom had weerstaan, de takken en bladeren mee liet buigen met regen, sneeuw en hagel. Ik zag de dikke ruwe bast als een duidelijke grens. Dat moet zachtmoedig zijn, wist ik. Toen niemand het zag heb ik hem even geknuffeld.
Ik wil zijn als die oude boom en als de vader die geduldig blijft als zijn kind per ongeluk iets breekt, uitlegt wat er misging. Als de oude vrouw die niet naar bed kan omdat de thuiszorg niet kwam, er in slaagt met vriendelijk stem de alarmcentrale te bellen. Als de ondernemer die een vriendelijk maar duidelijk mailtje stuurt naar de helpdesk van het boekhoudprogramma dat hij gebruikt. Een online afspraak met hem zijn ze vergeten en als hij belt is de wachttijd steeds langer dan een half uur.
Zachtmoedig. Ik denk dat ik het ga nomineren voor ‘het vergeetwoord’, een rubriek in het radioprogramma De Taalstaat. Ik hoop dat Ronald Giphart, de presentator, het kiest, dat hij begrijpt wat zachtmoedig is. Vriendelijk én sterk
