De eerste werkdag na een lange zomervakantie. Hoewel ik meestal weer zin had om te werken, keek ik er ook tegenop. Want op zo’n eerste dag, als iedereen tegelijk terugkomt van vakantie, ik werkte op een school, is er ook veel te vertellen. Nooit vond ik een manier om slechts te genieten van de verhalen over topbestemmingen, over zonnige dagen waarop nooit een buitje viel, over gelukkige gezinnen met wekenlang quality-time. Mijn eigen verhaal hield ik kort, en werd beknopter naar mate ik het vaker aan collega’s vertelde. Het liefst sloeg ik het allemaal over en ging ik gewoon weer lekker aan het werk.
‘Alles goed en wel,’ zei ik op een dag tegen de mensen waar ik over het algemeen fijn mee werkte. ‘Ik ben er wel aan toe om te horen wat er fout ging in die vakanties van jullie.’ Verhalen volgden. Over gescheurde tenten, verkeerde routes, onhandelbare kinderen, dichte musea, torenhoge temperaturen, verbroken relaties. Op de dag dat ik een einde maakte aan het vertellen van succesverhalen, werd er veel gelachen. Echte ‘Je kunt niet altijd zes gooien’-verhalen, ik stelde mijn werk er graag nog even voor uit.

