Een gelukkige dag

Een gelukkige dag

Een oaty bagel met cream en jam. Assam thee. Straks duik ik een drukke werkdag in maar nu geniet ik van mijn ‘goedemorgen ontbijtje’ bij Bagels & Beans. Hier hoef ik niet te kijken waar de boxen hangen, ik maak me geen zorgen over te veel lawaai. Hier zat ik vaker.

Mijn oren stem ik af op de muziek die uit een andere hoek komt dan waar ik zit. Bewust luisteren. De tonen verdragen tot ik ze naar een plek in mij heb gemanoeuvreerd waar ik niet meer door ze word afgeleid. Zo land ik, bereid ik me voor. Straks ga ik een van de kranten lezen die op de grote centrale tafel ligt. Als ik me genoeg kan concentreren blijf ik om te werken. Bij voldoende inspiratie ga ik schrijven.

Ik hoor de mooie stem van Gregory Porter. De woorden die hij zingt vinden een weg naar mijn hart. Dit is ver voorbij ‘verdragen’. De snaar van genieten die op deze ochtend al goed stond afgesteld, trilt in een nog hogere frequentie door. Het is een gelukkige dag.

Niet altijd was ik zo gevoelig voor geluid. Het begon toen naast me studenten kwamen wonen. Ik hoorde ze vaak weggaan, laat op de avond, om pas vroeg in de ochtend weer thuis te komen. Af en toe hielden ze een feestje. ’s Zomers lange dagen in de tuin, gezellig met vrienden. Extreem lawaaiig waren ze niet. Toch raakte ik gefixeerd op alles wat ik hoorde, angstig zelfs.

Gek! Eerder sliep ik door het onweer heen. De helikopter die op zijn route naar het ziekenhuis vlak over mijn huis vloog, hoorde ik nooit. Ik kon, bijvoorbeeld tijdens de wintersport, midden in een groep kletsende vrienden in slaap vallen als mijn bed toevallig in de woonkamer stond. Van die persoon was weinig over. Ik lag zo een hele nacht wakker als ik de buren maar even hoorde, bijvoorbeeld omdat ze in het schuurtje stonden te roken.

‘Mooie muziek,’ zeg ik tegen de serveerster die mijn tweede kopje thee brengt.
‘Ja hè, dat vind ik ook.’ Het dienblad dat inmiddels leeg is schuift ze onder haar arm. Ze helt over haar rechter heup.
‘Ik vroeg me af…’ Uit haar houding maak ik op de ze best in is voor een praatje.
‘In andere restaurants stoor ik me vaak aan de muziek.’ Te hard, geen gesprek meer mogelijk.
‘Misschien zijn het hier wat lagere, donkerder stemmen?’ oppert ze. Het zou kunnen, verlies van hoge tonen, ouder wordende oren.
‘Is het een afspeellijst?’ probeer ik. Leuk voor thuis, al weet ik dat een artiest daar nooit zo mooi zal klinken als hier.
‘Dit is het radiokanaal van Bagels & Beans’, antwoordt de jonge vrouw. Vakkundig scant ze het restaurant, speurt naar signalen van klanten die iets willen bestellen.
‘Overal in het land, bij alle filialen van de keten, klinkt hetzelfde.’ Haar vrije arm gaat de lucht in en maakt een ronddraaiende beweging.
‘Omdat ik hier werk, ken ik veel van de nummers.’ Dat kan ze goed, deze vrouw, als ze tijd heeft. Een fijn praatje aan het begin van deze dag.

Ik denk aan de keer dat ik hier ook was. Achter de bar zet ze bestelde drankjes klaar, bakt en belegt ze bagels. Ze merkt me op als ik bij de kassa sta en bij een van haar collega’s afreken. We groeten.
‘Goh, ik vroeg met al af of er iets met je was.’ Haar stem kan ik nog net onderscheiden in het geraas van de koffiemachine. Het is inderdaad een behoorlijke tijd geleden dat ik hier was.
‘Het lukt soms niet met werk,’ zeg ik. ‘Te veel afspraken.’
‘O ja, natuurlijk.’ Met een half oog houdt ze het kopje in de gaten dat ze aan het vullen is. ‘Dat heb ik nou eenmaal.’ Ze wuift met haar hand, alsof ze de woorden die ze sprak weg wil poetsen. ‘Ik mis mensen als ik ze een tijdje niet zie.’ De koffie zet ze op de bar.
‘Dat heb ik ook,’ zeg ik. Door de herrie achter de bar, lukt het me niet mijn zin af te maken. ‘Als ik mensen een tijd niet zie komen ze op een dag in mijn hoofd voorbij,’ had ik willen zeggen. Het geeft niet. Vandaag heb ik een hoge tolerantiegrens. Een lekker ontbijtje en aandacht. Ja, het is een gelukkige dag. Fijn dat ik in iemands hoofd even voorbijkwam.