Categoriearchief: Peta

Een coronamomentje

Een strak ritme. Alles op een vaste tijd, op dezelfde manier. Jaloers op mensen die zo leven. Normaal ben ik niet zo gestructureerd maar er is weinig meer normaal. Het is maart 2020, de eerste maand van de coronacrisis. Weinig werk en de zon die onafgebroken schijnt. Vaste patronen als zekerheid, als houvast dat me door de dagen helpt. Zo komt het dat ik na de lunch, net als de afgelopen dagen, een rondje loop. Steeds een andere route. Met structuur moet je niet overdrijven. Na meer dan een uur kom ik langs Panhuis. Mijn favoriete bloemenwinkel. Vorige week bestelde ik er nog een prachtig boeket voor mijn jarige zus. Geen feestje. Strenge maatregelen.

‘Ik ben bang dat we moeten sluiten,’ zei de eigenaar toen tegen mij. Ze keek er bij alsof ze me een groot geheim vertelde.
‘Niet heel erg,’ ging ze verder.
‘We hebben het zó druk met bezorgen. Niet normaal.’
‘Fijn voor jullie, die drukte.’ Mijn glimlach ging moeizaam. Nu we niks meer mogen is naar deze winkel gaan een uitje. Het is wél erg als de winkel dicht gaat, wilde ik roepen. Hoe moet het dan met mij, wilde ik smeken. Maar ik bleef stil.

Lees verder

Supergoed

‘Supergoed Peta! Je doet het supergoed’, roept Janneke de jonge ski-trainer. Haar blauwe trainingspak, het blonde haar strak naar achteren in een knotje. Het tutoyeren, mijn voornaam. Ik zou haar oma kunnen zijn. Iets doen wat ik helemaal niet kan, al mijn zorgvuldig opgebouwde waardigheid en aanzien lijkt vervlogen. Deze enthousiaste, zelfverzekerde vrouw, haar vergeef ik alles. Met haar volle aandacht is ze bij de pogingen die ik doe om vertrouwd te raken met de borstelbaan die onder mij doordraait. Een helling van 25 %, om mee te beginnen. Mijn hart bonkt in mijn keel. Angstvallig houd ik me vast aan de stang onderaan de baan. Hier in deze koude hal, parelt het zweet van mijn voorhoofd. Mijn ogen schieten heen en weer. Ik wil weten waar Janneke is, zij heeft de afstandsbediening waar de band mee kan worden gestopt. Visioenen dat die me op een onbewaakt ogenblik, omhoogtrekt en me daarboven over het randje smijt. Ik heb geen enkel benul wat ik met mijn skies moet doen. De stokken en mijn hersens in de knoop. Even kort de stang loslaten en me naar boven laten rollen, zeker is dat supergoed maar dat maakt me nog lang geen goeie skiër.

Lees verder

Schrijven en de maan

Schrijven en de maan

’O ja, wat is onze opdracht’. We staan al met de jassen aan. We zijn met onze schrijfgroep op deze donkere novemberdag in 2019 goed aan het werk geweest. We lazen onze teksten aan elkaar voor en werkten aan nieuwe. De groep helpt om in de hectiek van elke dag te blijven schrijven, want dat is wat we graag doen.

Nu staan we dus op het punt om naar huis te gaan. Een opdracht is niet verplicht maar het helpt. We weten nu al, onze teksten gaan totaal niet op elkaar lijken. Het is steeds verrassend elkaars werk te lezen.

Afbeelding met tekst, boek, tekenfilm, poster Automatisch gegenereerde beschrijving

Lees verder

Ze zijn allemaal zo talentvol hier dat ik niks liever wil dan verhuizen

Ze zit tegenover me, het hoofd voorovergebogen, haar ogen op de tekst gericht die ze schreef. Wat is ze goed, denk ik als ik luister terwijl zij voorleest. Mooie zinnen maakt ze en wat bewonder ik haar openhartigheid. Het maakt nieuwsgierig, geeft stof tot nadenken. In onze schrijfgroep, waar we beide aan deelnemen, geeft dat wat ze schrijft vaak aanleiding tot discussie en doorpraten. De woorden waarmee ze een diep verscholen taboe naar bovenhaalt amuseren me. Wat ze aankaart is herkenbaar. Dat zij woorden geeft aan wat ik niet zou durven schrijven of onder ogen durf te zien. Wat ze zegt en schrijft, ik moet er vaak beschaamd om lachen.

‘Ze zijn allemaal zo talentvol hier, dat ik niks liever wil dan verhuizen.’ Wauw, denk ik. Wat een prachtige zin. Haar stem klinkt vlak als ze hem uitspreekt en doorgaat naar de volgende. Ik hoor pijn in die woorden over verhuizen. Ik blijf steken, het lukt mij niet meer om haar stem te volgen. Ik wil begrijpen wat zij voelt. Het gaat over het dorp waar ze samen met haar man een aantal jaren geleden een huis kocht. Over de mensen die daar wonen en allemaal iets hebben met kunst. Ze zijn kunstenaar of denken dat te zijn. Waardoor is ze gekwetst vraag ik me af. Door wie, waardoor, waarmee.  Misschien is het feit dat die anderen allemaal kunstenaar zijn genoeg aanleiding om een oude pijn in haar naar boven te halen. Kan zijn dat ze daardoor is getriggerd.

Schrijfcursus historische fictie bij Volksuniversiteit Utrecht

Lees verder

Vlieland 2019

Net aangekomen
Is het  alsof ik niet ben weg geweest
Na een tijdje
Ga ik dromen
En verlangen dat ik altijd blijf
Zon, zee, wind, regen, rust
Tot ik me, bij het weggaan
Verzoen met het leven thuis
Dat op me wacht
Uitkijkend naar weer een keer Vlieland

Een ode aan het zotte en nutteloze

‘Echt zinloos’. Ik sta met Corrie, mijn zus, bovenaan een piste. We discussiëren zoals zo vaak welke afdaling we zullen nemen. De route die ik voorstel wil zij niet en noemt ze ‘zinloos’. We lachen. Ze weet wat ik ga zeggen: ‘Skiën is sowieso zinloos.’

Op een feestje naast iemand zitten die tegen je aan praat zonder echt in gesprek te gaan. Mij kost het veel energie. Het leidt tot niks, vind ik. Zinloos dus. Met een scherp voorwerp op veertig auto’s krassen. Gebeurd in mijn straat, ook op mijn auto. Toen ik uitrekende hoeveel schade dat had veroorzaakt voelde ik hoe donker het werd in mij. Zinloos, is mijn mening.
Vroeger werd ik vaker overvallen door die grijze grauwe deken van zinloosheid. Als ik bijvoorbeeld iemand zag die aan het schoffelen was in zijn tuintje. Ik vroeg me dan af waar we het allemaal voor doen. Nu heb ik bij het werken in de tuin gelukkig een andere beleving.

Overpeinzingen, opgeroepen door een artikel. Ik lees in de Leeuwarder Courant van 5 januari 2019 ‘een les over de zin van dingen en over het zotte en het nutteloze’, geschreven door Lex Boon, journalist van het Parool. Het gaat over het iconische Hotel Spaander in Volendam, aan het Markermeer. Daar komen heel regelmatig brieven binnen van een onbekende afzender. Al veertig jaar. Handgeschreven. De inhoud is steeds ongeveer hetzelfde.

‘Dear Sirs,
How are you and how is the weather?
Thank you very much for sending me some informations the other day.
Please give my best regards to all members.
Yours faithfully, Mr Kaor Kamamoto.’

Lees verder

Het Schilderij 

Op de zolder van mijn moeder staat een schilderij. Niet het beste werk van mijn vader maar wel één met een mooi verhaal. Hij schilderde een vrouw. Van middelbare leeftijd. Haar zwarte haar opgestoken in een knoet. Achter de grote bril de ogen gesloten. Over de rode blouse een zwart vestje zonder mouwen. Een grote pleister op haar mond. De vrouw is mijn moeder. We vinden het kunstwerk als we na het overlijden van mijn vader de zolder opruimen. Op dat doek komen hun talenten samen. Een paar weken later, op een donkere zondag ben ik bij haar en vraag naar het achterliggende verhaal.

‘We speelden bij vrouwenverenigingen.’ Haar ogen naar boven, zoekend naar herinneringen aan de tijd dat ze samen met een groep vrouwen toneelspeelde.
‘We kwamen overal, zelfs in Groningen.’ Wat nu dichtbij lijkt was toen ver weg.  
‘De attributen die we nodig hadden namen we mee in de auto.’ Die van anderen want nooit leerde mijn moeder rijden.
‘We speelden een stuk over een rusthuis. Ik ben vergeten hoe het heette.’ En in dat stuk gebruikten ze het schilderij.


Lees verder