‘Supergoed Peta! Je doet het supergoed’, roept Janneke de jonge ski-trainer. Haar blauwe trainingspak, het blonde haar strak naar achteren in een knotje. Het tutoyeren, mijn voornaam. Ik zou haar oma kunnen zijn. Iets doen wat ik helemaal niet kan, al mijn zorgvuldig opgebouwde waardigheid en aanzien lijkt vervlogen. Deze enthousiaste, zelfverzekerde vrouw, haar vergeef ik alles. Met haar volle aandacht is ze bij de pogingen die ik doe om vertrouwd te raken met de borstelbaan die onder mij doordraait. Een helling van 25 %, om mee te beginnen. Mijn hart bonkt in mijn keel. Angstvallig houd ik me vast aan de stang onderaan de baan. Hier in deze koude hal, parelt het zweet van mijn voorhoofd. Mijn ogen schieten heen en weer. Ik wil weten waar Janneke is, zij heeft de afstandsbediening waar de band mee kan worden gestopt. Visioenen dat die me op een onbewaakt ogenblik, omhoogtrekt en me daarboven over het randje smijt. Ik heb geen enkel benul wat ik met mijn skies moet doen. De stokken en mijn hersens in de knoop. Even kort de stang loslaten en me naar boven laten rollen, zeker is dat supergoed maar dat maakt me nog lang geen goeie skiër.
Het is niet dat ik niet kan skiën. Ik doe het al jaren. Toen ik jong was compenseerde ik het gebrek aan techniek met bravoure, kracht en mazzel. Niet altijd zonder gevaar. De spierpijn na een dag op de latten werd met het jaar erger. Nu ik 58 ben, en wil blijven skiën, zal ik het bochtjes draaien goed onder de knie moeten krijgen. En daarom ben ik dit hachelijke avontuur op de borstelbaan begonnen. Veel enger dan in echte sneeuw. Ik zet door. Privéles bij Janneke. ‘Supergoed Peta! Je doet het supergoed.’ Haar stem klinkt warm en blij. Geduldig en duidelijk bouwt ze de les stapsgewijs op en komt pas met de volgende aanwijzing als ik de vorige onder de knie heb. Na twee lessen krijg ik een beetje vertrouwen in de band en mijn techniek. Dan komt de derde les. Janneke is ziek.
Dus heb ik Ien. Eigenaar van de hal waar meerdere mensen tegelijk op verschillende banden hun oefeningen doen. Een goeie skiër, dat is ze vast. Haar luide stem kende ik al van de instructies die ik haar aan andere leerlingen hoorde geven. Ik zag haar met grote passen door de hal lopen, als ik binnenkwam. Mij groette ze nooit. De onrust in mijn lichaam is nog erger dan voor mijn eerste les.
‘Vertrouw op mij, je moet op mij vertrouwen.’ Zo klinken de aansporingen van Ien, als ik laat weten dat ik de band te snel vind draaien.
‘Ik doe dit al heel lang. Vertrouw op mij.’ Terwijl ik wankelend bochtjes draai, hoor ik het verwijt in haar stem. Bezig met het uitrollen van een slang, ziet ze totaal niet wat ik aan het doen ben. Haar vertrouwen, ik kijk wel uit. Ik ken dit type. Nooit bang, stort zich overal in, kan zich er helemaal niks bij voorstellen dat iemand iets niet durft. Wat leer ik hier nu van, denk ik. Ik doe het echt beter op: ‘Supergoed! Je doet het supergoed’.
Als ik na de les van Ien, ‘s avonds thuis zit op de bank slaat de twijfel toe. Eerder achteruit dan vooruitgegaan. Geen voldaan gevoel, mezelf niet overtroffen. Ik kan beter stoppen. De lessen zijn te duur om er niets mee op te schieten.
‘Als Janneke volgende keer nog ziek is dan stop ik,’ besluit ik. Les van Ien voelt alsof ik moet skiën met een zware rugzak op, helemaal alleen, ergens op een gletsjer. Een expeditie waar ik niet voor heb gekozen en die voor mij te hoog gegrepen is.
Mijn ski-avontuur stopte niet. Gelukkig was Janneke een week later weer beter. Door haar werden de lessen een grote overwinning op mijzelf. Ik richtte me op het doel dat ik wilde bereiken. Het ging stapje voor stapje. Ik kreeg er lol in en mijn techniek verbeterde. Dat zorgde ervoor dat ik ook in Oostenrijk door slechte en goeie sneeuw, weer lekker kon skiën. Het is bijzonder om iets te leren en te kunnen wat eerst zo onbereikbaar, eng en moeilijk lijkt.
Ik denk aan kinderen op scholen en sportclubs. Juffen en meesters die ‘Supergoed, je doet het supergoed’ roepen. Ik hoop dat het er veel zijn, heel veel. Blije gezichten zie ik voor me, trotse kinderen. Zin in school, prestaties op sportclubs, plezier bij muziekverenigingen.
Dankjewel Janneke. Jij hebt een groot talent. Je doet het goed. Supergoed.
