Niks goeds verwacht mijn melder van het gesprek dat ze binnenkort met haar teamleider heeft. Onnodig gedoe over het rooster en over haar manier van communiceren, vindt ze.
Na dat gesprek vertelt ze me dat ze nu helemaal geen vertrouwen meer in heeft. De boosheid spat van haar gezicht. Ze is het zat, heeft inmiddels een andere baan gevonden.
‘Wil je nog een gesprek met de regiomanager?’ vraag ik. Iemand die vertrekt heeft niks meer te verliezen. Haar signaal kan belangrijk zijn.
Haar goed voorbereide verhaal doet ze bij de regiomanager. Ze vertelt dat collega’s weg zijn gegaan om de onbehouwenheid en het onbegrip van de teamleider, inhoudelijk vaak niet op de hoogte, informeert het team nauwelijks informeert over ontwikkelingen. Niet gezien, niet gehoord, niet gewaardeerd. Zo voelen ze zich. Het team mist door de slechte aansturing samenhang, analyseert de vrouw die het werk zo aan het hart ligt. Samenhang is belangrijk, ze hebben elkaar nodig.
Met respect en bewondering, luister ik naar de mooie vragen die de regiomanager stelt. Zij neemt de melder heel serieus.
‘Het kan gewoon zoveel beter,’ vat de melder haar verhaal samen. Ze zegt dat ze uitkijkt naar een nieuw begin, in een andere organisatie. Het zou zomaar kunnen dat haar signaal ook een nieuw begin betekent voor haar collega’s.
Deze tekst is gebaseerd op ervaringen van mijn werk als vertrouwenspersoon. Gebeurtenissen zijn onherleidbaar beschreven, namen zijn verzonnen. Elke overeenkomst met een organisatie, plaats of persoon berust op toeval of schrijf ik toe aan het feit dat beschreven gebeurtenissen veelvuldig voorkomen.
