De eerste werkdag na een lange zomervakantie. Hoewel ik meestal weer zin had om te werken, keek ik er ook tegenop. Want op zo’n eerste dag, als iedereen tegelijk terugkomt van vakantie, ik werkte op een school, is er ook veel te vertellen. Nooit vond ik een manier om slechts te genieten van de verhalen over topbestemmingen, over zonnige dagen waarop nooit een buitje viel, over gelukkige gezinnen met wekenlang quality-time. Mijn eigen verhaal hield ik kort, en werd beknopter naar mate ik het vaker aan collega’s vertelde. Het liefst sloeg ik het allemaal over en ging ik gewoon weer lekker aan het werk.
‘Alles goed en wel,’ zei ik op een dag tegen de mensen waar ik over het algemeen fijn mee werkte. ‘Ik ben er wel aan toe om te horen wat er fout ging in die vakanties van jullie.’ Verhalen volgden. Over gescheurde tenten, verkeerde routes, onhandelbare kinderen, dichte musea, torenhoge temperaturen, verbroken relaties. Op de dag dat ik een einde maakte aan het vertellen van succesverhalen, werd er veel gelachen. Echte ‘Je kunt niet altijd zes gooien’-verhalen, ik stelde mijn werk er graag nog even voor uit.
Je kunt niet altijd zes gooien. Het is de titel van een lied van Daniël Lohues. Ik lees over hem in de Leeuwarder Courant, het is maart 2024. Hij vertelt over zijn leven en zijn nieuw uitgekomen album. Over zijn besluit om elke dag een nieuw liedje te schrijven. Ik weet wie de man die in het Drents zingt is, maar zijn repertoire ken ik nauwelijks. Alleen zijn lied ‘Als de liefde maar blijft winnen’, zong ik een keer op mijn zangles. De tekst daarvan gebruikte ik vervolgens in de nieuwsbrief van het Noorderlijk Netwerk Vertrouwenspersonen. De lezers, hadden het net als ieder ander zwaar, het was in de coronacrisis. Er zat niet veel anders op dan je vastklampen aan de gedachte dat niets belangrijker is dan de liefde. Dat was precies waar Daniël over zong. ‘Zolang de oostenwind blijft waaien, zolang de boeren blijven maaien, komt het allemaal wel goed’. De melodie van Bach geruststellend tussen de regels door. Relativerend.
Dat effect heeft ‘Je kunt niet altijd zes gooien’ ook op mij, ervaar ik als ik het op Spotify beluister. Met weinig mooie woorden veel gezegd. Warmte verspreid zich in mijn lichaam, ik slik weg wat opkomt in mijn keel.
Het hoeft niet altijd groots en het is nu eenmaal zo dat je het af en toe verkloot. Niemand heeft een dobbelsteen met op elke zijde een zes. Dat getal gooi je maar zelden, al willen de posts op Facebook ons iets anders doen geloven.
Onlangs keek ik naar het journaal waarin teleurgestelde fans reageerden op een niet gewonnen rit van Max Verstappen. Was het de Grand Prix van Zandvoort? De ene teleurgestelde reactie na de andere verscheen op beeld. Dan de stem van een jonge vrouw: ‘Ach ja, kan gebeuren, je kunt niet altijd zes gooien’. Ik veer op van de bank waarop ik het nieuws aanschouw. Is het een bestaande uitdrukking, vraag ik me af. Of is dit een supporter die ook van Daniel Lohues houdt?
In de stilte van de oceaan
′n Schip dat niet kun zinken kwam deran
’n Puntige iesbarg scheurde ′n snee
Wee’j wel wat de kapitein toen zee?
Elk mens zal ’t ooit ′n maol verknooien
Je kunnen niet altied zes gooien
Je kunnen niet altied zes gooien
In de luwte van het dorpse leben
Wollen zij de kinder slechts ′t goeie geben
’n Röttige dealer gaf bliekbar meer
En nou zeg zo′n vader elke keer
Elk mens zal ’t ooit ′n maol verknooien
Je kunnen niet altied zes gooien
Je kunnen niet altied zes gooien
t Leben dobbelt deur
Wie wet wat der gebeurt?
In ′t maonlicht van ’n breuken hart
Zag hij hoe hij ’t toen verkeerd had had
′n Domme verliefdheid
En toch alles weg
Met ′n druppe an de neus hef hij toen zegd
Elk mens zal ’t ooit ′n maol verknooien
Je kunnen niet altied zes gooien
Je kunnen niet altied zes gooien
