Al meer dan twintig jaar werkt ze als verpleegkundige in het ziekenhuis waar ik vertrouwenspersoon ben. Ik noem haar hier Sia. Als ze nachtdienst heeft zit ze, op de rustige momenten, altijd op hetzelfde stille plekje. Dat is al jaren zo. Bereikbaar voor iedereen, weg van de drukte van de personeelskamer. Een paar weken geleden is een collega daarover gaan mopperen. Niet tegen Sia, maar wel in de wandelgangen. Toen dat geroddel de leidinggevende ter ore kwam, moest Sia op gesprek komen.
‘Het gaat om jouw functioneren in de nachtdienst,’ begint de teamleider. Ernstige blik, rechte rug. De HR-adviseur aan haar zijde, haar blik op het scherm van de laptop gericht. Een verslag gaat er komen. ‘We hebben signalen ontvangen, je weet vast waar het over gaat.’ De HR-adviseur maakt bewegingen met haar hoofd in de richting van Sia. Nog voor er een reactie volgt gaat ze verder. ‘In dit gesprek doen we wederhoor.’ De armen voor haar borst trekt Sia verder in elkaar. Ze wil de storm in haar binnenste verhinderen los te barsten. ‘Bij ons gingen er alarmbellen rinkelen…,’ de stem van de personeelsadviseur klinkt pittig. Wellicht getriggerd door het weerwoord dat uitblijft, de boze blikken van Sia. ‘We gaan veertien collega’s horen. Een onderzoek.’ Weg wil Sia uit dit bedompte kantoor waar het altijd stinkt naar de bijna dode planten in de vensterbank die nooit water krijgen. Wat denken ze wel. Zij die altijd lof krijgt, die haar werk met hart en ziel doet.
‘De woorden die zijn gebruikt!’ Ik hoor haar luide stem. Mijn telefoon voor me op de tafel. Mijn ogen gericht op het scherm. Daar zie ik, naast het beeld van Sia, de woorden verschijnen die ik tik zodat ik ze later nog eens na kan lezen. Onderzoek, wederhoor, niet benaderbaar, functioneren in de nachtdienst, alarmbellen. ‘Toch niet normaal?’ Aanmoediging heeft Sia niet nodig. Ik reageer met korte woordjes, zodat ze weet dat ik haar hoor. ‘Hoe kan het dat ze er al bij voorbaat van uitgaan dat ik iets fout heb gedaan?’ Haar stem hapert. ‘Ze hadden het …gewoon even tegen me kunnen zeggen, toch?’ Onnodig te groot, denk ik. Maar ik hoor slechts één kant van het verhaal. ‘Ik kan goed tegen feedback…wil het best anders doen.’ De vrouw die het gevoel heeft dat ze onterecht op het matje is geroepen, zegt dat ze niet langer bereid is door te werken met de zere rug die ze al maanden heeft. Te veel gewerkt, te weinig personeel. Ze meldt zich ziek.
De verzuimspecialist, ik noem haar hier Stephanie, komt direct in actie als ze de ziekmelding ziet en over de situatie van Sia hoort. Verzuim is er al genoeg. Zo komt het dat we op een ochtend in het warme kantoor van de sector manager zitten. Hem noem ik hier Sjoerd. Hij vervangt de teamleider die het onderzoek deed. Dit gesprek kan kennelijk niet wachten tot zij terug is van vakantie. ‘Wij willen het ongenoegen dat is ontstaan graag uit de wereld helpen.’ Stephanie en Sjoerd aan de ene kant van de ronde tafel, Sia en ik aan de andere. Stephanie buigt over de tafel alsof ze Sia tegemoet wil komen. ‘Heel vervelend.’ Zachte woorden, rustig tempo. Sia zit rechtop, achteroverleunend in de stoel. Alsof ze ruimte wil maken om te kunnen ontvangen. Want dat ze iets moet krijgen, dat is duidelijk. ‘Ik wil excuus.’ Ze had het net nog tegen mij gezegd, toen we door de gang liepen. ‘Ik weet na het gesprek met jou dat ik niet alles hoef te pikken,’ ze ze tegen me.
Een vrouw die opkomt voor zichzelf, zo zit ze daar. In rustige bewoordingen laat ze weten hoeveel impact het gebeuren op haar heeft. Veel onrust onder collega’s die uitgevraagd zijn over haar functioneren. Niks is er uitgekomen. Ja, het team moet met elkaar nieuwe afspraken maken. Niks heeft dat met haar te maken. ‘Wat heb je nodig om verder te kunnen?’ Een poging van Stephanie. ‘Het had zo niet gemoeten…na zoveel jaar hard werken…niet ok. Sorry zou helpen.’ Naast Stephanie, schuift Sjoerd onrustig heen en weer. Zijn blik op de mobiel voor hem. Let toch op, denk ik. Weet je wel hoe belangrijk de vrouw is die hier naast me zit? ‘Ik wil zeggen, dat ik het vervelend vind dat het zo is gegaan.’ De stilte die maar duurt wordt opgevuld door de vriendelijke stem van Stephanie. ‘Is vast niet de intentie geweest.’ Ze richt haar blik verwachtingsvol op Sjoerd. Hij kijkt even op. Beweegt hij zijn hoofd?
‘Ik merkte helemaal niet dat Sjoerd het erg voor mij vond,’ zegt Sia als we napraten, achtergebleven aan de ronde tafel. Ik had Sjoerd nog wel heel zacht horen instemmen meende ik. Zeker weten deed ik het niet. Kennelijk vindt hij het moeilijk woorden uit te spreken zoals Stephanie deed, had ik heel mild gedacht. Misschien wist hij niet dat excuses heel konden maken wat kapot was gegaan. ‘Hij vindt niet dat er iets fout is gegaan. Al die extra uren die ik altijd draai!’ Dat je zuinig moet zijn op vrouwen zoals Sia, ik dacht dat iedereen dat wist. Het was nooit in haar opgekomen om weg te gaan maar nu wel. ‘Ze hebben geen idee hoe ze met ons om moeten gaan.’ Haar conclusie na alles wat ze heeft beleefd. Ze heeft om zich heen gekeken de afgelopen weken, kiezen kan ze uit twee mooie functies. Na dit gesprek weet ze het zeker. ‘Straks als ik thuiskom, zeg ik tegen mijn man dat ik de nieuwe baan aanneem.’Deze tekst is gebaseerd op ervaringen van mijn werk als vertrouwenspersoon. Gebeurtenissen zijn onherleidbaar beschreven, namen zijn verzonnen. Elke overeenkomst met een organisatie, plaats of persoon berust op toeval of schrijf ik toe aan het feit dat beschreven gebeurtenissen veelvuldig voorkomen.
