Een rekening vereffend

‘Su houwe opruming.’ Ik zie mijn moeder aan tafel zitten, het hoofd gebogen over de krant. Veel rouwadvertenties zo aan het eind van het jaar. Ik heb het haar meermalen horen zeggen. Als zij zelf overlijdt, twee dagen na kerst in 2024, staat haar advertentie ook op een van de vele pagina’s in de krant. Het lukt ons met moeite een uitvaartondernemer te vinden. We ontmoeten hem in het huis van mijn moeder dat is veranderd in een soort hoofdkwartier. Veel lieve kaartjes aan de ketting waar ook nog de kerstkaarten hangen die mijn moeder kreeg toen ze nog leefde. Op de tafel staat het postbakje waarin we alle documenten verzamelen die we deze week nodig hebben. Rollen tape, halflege theekopjes, een laptop. De inmiddels half opgegeten appeltaart staat op het aanrecht. Stemmen door elkaar. In de kamer, in het gangetje bij de wc, in het halletje bij de voordeur. We zitten ieder op ons eigen eilandje van waaruit we kunnen regelen wat moet.

De uitvaartverzorger wordt onze steun en toeverlaat in de hectische dagen voor de begrafenis. Zijn tijd en aandacht verdeelt hij over meerdere families. Geen probleem, tot oudjaarsdag. De drukker sluit om vier uur, net als het PostNL punt. De kaarten moeten tijdig gepost maar de man die dat best voor ons zou willen regelen, wordt elders verwacht.

Zo komt het dat ik aan de voordeur, oog in oog kom te staan met zijn vervanger.
‘Ach, ben jij het,’ zegt de vrouw die is ingevlogen om onze rouwkaarten op tijd op de post te krijgen. Tien jaar geleden zat ze tegenover mij aan tafel. Ik de coach, zij de cliënt.
‘Ik had de link niet gelegd.’ De achternaam van mijn moeder had bij haar geen lampje doen branden.

Zij zat destijds in een moeilijke situatie. Halverwege de dertig. Ze had me nodig maar kon me niet betalen. Voor mij was dat geen probleem. Misschien voelde ze schaamte maar die loste ze op door aan het begin van elke sessie een klein symbolisch geldbedrag over de tafel te schuiven. Soms bracht ze een halve zelfgebakken cake mee, verpakt in aluminiumfolie. Geen idee meer hoeveel gesprekken we voerden en hoe we afrondden. Ik bleef haar volgen op LinkedIn, haar berichten las ik met bewondering.  Ik zag hoe ze stapje voor stapje een succesvol bedrijf opbouwde.

‘Je hebt mijn leven gered,’ zei ze toen ik haar een aantal jaar geleden trof bij een lezing over verlies en rouw. Ze klonk oprecht maar nooit heb ik het gevoel dat ik levens red.
‘Als ik eens wat terug kan doen?’ Het kwam uit de grond van haar hart. Ik haalde mijn schouders op.
‘Je mag me ter zijne tijd begraven.’ Mooiere woorden vond ik niet.
Nu staan we, weer verlegen met de situatie, aan de voordeur van het huis waar ik vanaf mijn vijftiende tot mijn eenentwintigste woonde. Haar warme blik op mij gericht. Een kostbare ontmoeting in weinig tijd.

Aan het eind van die lange regeldag, zit ik met mijn familie op de groene hoekbank die mijn moeder ooit zorgvuldig had uitgezocht. Hij is versleten maar kan ons deze dagen nog best even dragen. De uitvaartondernemer neemt de laatste dingen met ons door. Hij zit op de sta-op-stoel, die jarenlang goede dienstdeed. Hij buigt naar links, bekijkt samen met mijn broer de offerte.
‘We bieden jullie graag een korting.’  Hij kijkt naar rechts. Daar zit ik. Hij spreidt zijn armen, zijn handpalmen naar boven.
‘Jij weet waar het voor is.’ Het lukt me nauwelijks nog te reageren.
‘Zoooo.’ Mijn broer kijkt op. Hij heeft net het bedrag gezien dat ons is geschonken. Zijn vragende blik. Nu alle ogen op mij gericht.
‘Later…’ Met mijn rechterhand maak ik een vegend gebaar. Het onderwerp wuif ik naar een later tijdstip. De uitputting die ik voel zie ik terug op de gezichten van de anderen.
‘We gaan er wel een keer van uit eten.’

Een week na de uitvaart van mijn moeder, sta ik in mijn keuken. Ik zie door het raam de klimhortensia op de oude schutting. Dat wat er over is van de uitgebloeide bloemen, de winterse vorm. Ik denk aan het royale gebaar van mijn vroegere cliënt.
‘Een rekening vereffend.’ Als een kwartje dat valt. Ik spreek de woorden hardop uit. Haar nummer vind ik nog in mijn telefoon.
‘Dankjewel.’ De letters in het whatsapp bericht komen als vanzelf. Haar gulle gebaar is zoveel meer dan het geld dat we besparen. Ik zoek naar nog meer woorden die passen bij dat wat ik voel in mijn hart. Vertrouwen, kracht en vooral respect voor de zelfverzekerde professional die ze is geworden. Zij verstaat de kunst van ontvangen, weet hoe ze anderen moet steunen en is in staat om te geven. Ik voel me op dat moment, in mijn warme keuken, met haar verbonden. Wij zijn bevoorrechte vrouwen.