Wat is haar probleem?

In de eerste mail aan mij schrijft de medewerker dat ik me voor moet bereiden op veel emoties. Een paar dagen later, als ik haar spreek, vertelt ze dat in haar team de ene collega de andere pest. En daar kan ze nu net niet tegen: pesten! Omdat ze allemaal nog steeds veel thuiswerken, het is corona-tijd, is ze zelf geen getuige van het pesten. Ze gaat af op het verhaal van de man die zegt gepest te worden, ze heeft met hem te doen. Hij is bang en trekt zich terug. Ze wil iets doen maar weet niet wat. En inderdaad, dan vloeien haar tranen. Ze wil zich het liefst met alles bemoeien, zegt ze, weet best dat dat niet handig is.

Aan het eind van ons gesprek heeft ze helder welk probleem bij wie hoort en het lijkt erop dat zij zelf geen heeft. Zo moeilijk om niets te doen, zegt ze. Het past niet bij haar. Ze zal haar collega adviseren zich bij de teamleider of de vertrouwenspersoon te melden, rond ze af.

‘En,’ zegt ze lachend, ‘ik ga een signaal afgeven bij de teamleider zonder hem te dicteren wat hij moet doen.’ Dat wordt een uitdaging!

Deze tekst is gebaseerd op ervaringen van mijn werk als vertrouwenspersoon. Gebeurtenissen zijn onherleidbaar beschreven, namen zijn verzonnen.  Elke overeenkomst met een organisatie, plaats of persoon berust op toeval of schrijf ik toe aan het feit dat beschreven gebeurtenissen veelvuldig voorkomen.