Stille donderdag. De Matthäus Passion. Al een aantal jaren vaste prik. Groningen dit jaar. Een lange muzikale zit. Als we onze stoelen gevonden hebben prikkelen de hier en daar te rijkelijk opgespoten parfums mijn slijmvliezen. De vrouw naast me hoest nog eens voluit. Hopen dat het gekriebel in haar longen straks niet opspeelt.
Al snel vullen de klanken van koor en orkest de Oosterpoort. Het Roder jongenskoor. Pijen in een rechte rij geordend voor het orkest. De jonge ogen ernstig de zaal in. Een enkel paar angstig. Als ze aan de beurt zijn klinken ze puur en zuiver. De tijdloze sereniteit van hun zang stroomt door mijn lichaam. Ik hoop dat die de flarden van zinnen die door mijn hoofd razen wegspoelt.
‘Ik stop bij jullie.’ Nog bijna drie maanden hadden ze om een opvolger te zoeken.‘Het verrast me.’ Het antwoord van de directeur met wie ik bel. Ik had opgezien tegen dit gesprek. Iemand met narcistische trekken wil niet verlaten worden.
‘Te hoge werkdruk… we stoppen bij een aantal opdrachtgevers.’ Het was waar, maar ik zei het omdat ik hoopte dat het zijn leed zou verzachten.
‘We hebben afwegingen gemaakt,’ zeg ik. Maar dat sloeg nergens op. Stoppen wilde ik bij zijn club.
‘Welke?’ Alsof ik met open ogen tegen een stroomdraad loop. Alsof ik na jaren hun vertrouwenspersoon te zijn geweest, er niet gewoon mee op mocht houden.
‘O, nou ….niet echt relevant voor jullie.’ Ik hoopte dat ik luchtig klonk.
‘Onze medewerkers zeker?’ Ik hoorde het: hij wil dat dat het is.
‘Jullie zijn een grote organisatie.’ Het werd net als alle andere keren dat ik hem sprak, geen gesprek.
‘Het contract…erop nalezen,’ hoor ik. Het is niet de eerste keer dat deze superslimme man mij verrast.
Stil zitten. Ik doe mijn best in de volle schouwburgzaal. Een aanraking met degene links of rechts van me is onvermijdelijk. Het verhaal rond het sterven van Jezus ontwikkelt zich. De prachtige aria van de sopraan en alt klinkt soepel. De twee koren, die links en rechts achter het orkest staan opgesteld zijn overtuigend. Als uit twee boxen. Mijn hoofd beweegt mee. ‘Sind Blitze, sind Donner.’
Drie dagen na het telefoontje met de man waarvoor ik niet meer wilde werken, krijg ik zijn mail.‘Een gaatje in het contract.’ Hoe komt hij erbij? Zo staat het niet in onze algemene voorwaarden.‘Een opzegtermijn tot het eind van het jaar,’ beweert hij in dreigende zinnen. Het is nog maar april! Ik Ga Stoppen! Maar een juridisch steekspel, ik zit er niet op te wachten.
Na de pauze duurt het even voor de overwegend grijze koppen hun plaats weer in hebben genomen.
‘Zo blij dat we niet boven zitten,’ zeg ik tegen de vrienden met wie ik ben. Vorig jaar hadden we daar nogal geworsteld. Geen plaats voor tassen en benen. We lachen kort, het tweede deel van Bachs muziek is begonnen. De aria voor alt en viool ‘Erbarme dich’. Een van mijn favoriete delen. Maar van die mooie altpartij krijg ik nauwelijks iets mee. Ik realiseer het me pas, later in de trein, op weg naar huis.
‘Wij zijn alleen akkoord als jij nu ook de overeenkomst met onze fusiepartner opzegt.’ Een volgende mail van de geslepen baas. Als, dan! Pure manipulatie. Die fusiepartner, daar wilde ik graag blijven. Met alles wat in mij is focus ik op wat er zich afspeelt tijdens het prachtige concert.
‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ Lees ik in het tekstboekje dat op mijn schoot ligt. Een vraag van Pilates aan Jezus. Dan vervolgt de verteller, de zanger die lappen tekst heeft en nauwelijks melodie.
‘Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat Pilatus erg verbaasde.’ Precies die zin!
Lucht ontsnapt uit mijn borst. De vriendin naast mij kijkt opzij. Wat een goed idee, denk ik. Gewoon niet reageren. Geen weerwoord. Gewoon laten gaan.
Dan weet ik wat ik wil zeggen tegen de man die protesteert tegen mijn vertrek: dat het werk me momenteel zwaar valt. Dat er belangrijke dingen spelen in mijn leven. Dat het lijkt alsof mijn expertise en professionaliteit smelt als sneeuw voor de zon op het moment dat ik bij zijn bedrijf binnenstap.
Het lukt me, volle aandacht bij het mooie slotstuk, ‘Ruhet wohl.’ Het koor zingt over de weg naar Goede Vrijdag, reflectie op het pad dat is afgelegd. Het gaat over verzoening. De directeur, die niet wil dat ik hem in de steek laat, is uit mijn hoofd verdwenen.
De dag na de mooie uitvoering van Bachs beroemdste werk voel ik rust. De klem ‘als jij, dan wij’ is verdwenen. Twee opdrachtgevers kwijt. Tijd om andere dingen te doen. Ik pak mijn telefoon, zoek op Spotify het ‘Erbarme dich’. Bewust dit maal. Wat een prachtige stem.
Deze tekst is gebaseerd op ervaringen van mijn werk als vertrouwenspersoon. Gebeurtenissen zijn onherleidbaar beschreven, namen zijn verzonnen. Elke overeenkomst met een organisatie, plaats of persoon berust op toeval of schrijf ik toe aan het feit dat beschreven gebeurtenissen veelvuldig voorkomen.
