Dit had je niet mogen overkomen (2) – Ageeth, de veroorzaker

Ergens in de chaos rond Mark, (over hem schreef ik eerder), en anderen die in de klem van Ageeth waren geraakt, belandde ik aan haar bureau. De manager HR, mijn contactpersoon en bondgenoot van Ageeth, had de afspraak geregeld. Zij vond het een goed idee dat ik in gesprek ging met de vrouw die niet gehinderd leek door enig empathisch vermogen. Tenminste, dat had ik van Mark en de anderen begrepen. Ik zou de signalen die ik van de medewerkers had gekregen delen met Ageeth.
Als ik tegenover haar zit, zie ik dat ze haar bureaustoel zo heeft afgesteld dat alleen de punten van haar pumps de grond nog kunnen raken. Haar korte rokje schuift ze met de stoel onder het tafelblad. Dat rokje draagt ze alleen op de dagen dat ze een afspraak heeft met mannelijke hooggeplaatsten, is mij verteld. Haar rode leren jasje steekt af tegen de groene wand waarvoor ze zit, het kleurige logo van de organisatie is er groot op afgedrukt. Ik zie het net boven haar hoofd, het lijkt een kroon.
Spijt voelde ik al ver voor ik in haar kantoor was beland, maar afzeggen had ik te laat als optie gezien. Ik had op moeten letten en ‘nee’ moeten zeggen.
‘Wees op je hoede.’ Het klinkt als een mantra in mijn hoofd vanaf het moment dat ik bij haar binnen loop. Ik zit met een rechte rug, op de stoel die een stuk lager lijkt dan die van haar. Mijn gekleurde sneakers, met de dikke zolen, heb ik stevig op de beton-look vloer gezet. Aan de koetjes en kalfjes, waar ik meestal het ijs mee breek, denk ik totaal niet meer als de blik zie die Ageeth op me richt. Haar opgetrokken wenkbrauwen vertellen me dat ik aan zet ben. Dus pak ik de lijst met de klachten en ervaringen van medewerkers, die ik heb uitgedraaid. Ik lees die aan haar voor, zoals ik eerder al deed bij de HR-manager en de hoogste directeur. Ik ben nog niet eens halverwege als ze me onderbreekt. ‘Ach, ze zijn gewoon getraumatiseerd.’ Ze maakt een vegende beweging met haar arm, alsof ze de woorden die ik net uitsprak over haar schouder gooit. ‘Komt door de vorige.’ Ook haar hoofd maakt een beweging naar achter, als ze uitweidt over haar voorganger

Het gonst in mijn hoofd, het maakt het zoeken van tegenargumenten lastig. Op de gang hoor ik een groep collega’s die net een overleg hebben beëindigd. Dan buigt ze zich naar me toe, over de tafel. Haar ogen heeft ze toegeknepen, op mij gericht. Als een vos, die een prooi ontdekt. ‘Ik heb gehoord wat ze allemaal over je zeggen.’ Niet veel goeds, maak ik op uit de manier waarop ze haar woorden uitspreekt. Er komen beelden bij me boven van groepjes mensen. Ik hoor hun stemmen in mijn hoofd: dat ik niks voorstel, bevriend ben met de directeur of, nog erger, met Ageeth.
‘Dat kan ik jou toch gewoon vertellen?’ zegt ze. Het kost me moeite haar vraag te negeren. Natuurlijk wil ik weten wat mensen over mij zeggen! Maar of het relevant is voor dit gesprek? Voor haar misschien maar niet voor mij. ‘Vertrouwelijk, jij bent toch de vertrouwenspersoon?’ Ze heeft iets smekends in haar stem, haar woorden smeert ze aan elkaar als stroop.
‘Wees op je hoede,’ hoor ik weer. Het waarschuwend stemmetje in mijn hoofd. ‘Nou,’ zeg ik. Mijn rug kan ik niet verder strekken. Het is de adrenaline die me uiteindelijk redt.
‘Ik ben nu de vertrouwenspersoon van jouw medewerkers hè.’ Ik wacht even. ‘Als jij iemand nodig hebt…’ Ik ben bang dat wanneer ik nu ademhaal, ik mijn zin daarna niet af zal maken. Mijn handen grijpen naar de zitting van mijn stoel. ‘…dan verwijs ik je door naar een van mijn collega’s.’ Ik hoor het plofje van haar rug tegen de leuning. Ik maak me geen enkele illusie. Zij gaat op zoek naar een ander moment waarop ze wél zal scoren.

Hoe het gesprek verder ging? Ik weet het niet goed meer. Een van mijn collega’s, een eigen vertrouwenspersoon, dat hoefde ze niet. De roddels die kennelijk over mij rondgingen bereikten mij nooit. Mijn gesprek met Ageeth daar waren de mensen, die dagelijks last van haar hadden, geen fluit mee opgeschoten. Voor Mark, waarover ik eerder schreef, was het sowieso te laat. Pas toen de directeur, ruim twee jaar later zelf last geen van deze boosaardige vrouw, stuurde hij aan op haar vertrek. Ageeth vond een mooie functie elders. Het kostte de organisatie, net als bij Mark, veel geld.

Ik stel me hem soms voor: de vertrouwenspersoon van de organisatie waar Ageeth nu werkt. Of misschien is het een ‘haar’. Ik zie zijn geworstel voor me, zijn verbijstering over de verhalen die hij hoort. Ik hoe hij de mensen steunt, aanmoedigt, troost waar hij maar kan. ‘Blijf jij wel?’ De vraag die Mark mij destijds stelde, zou ik hem stellen. Als je blijft, wees dan op je hoede, zou ik adviseren. Zoek alle steun die je kunt vinden. Want waar Ageeth werkt, daar moet de vertrouwenspersoon behoorlijk aan de bak. De sporen die zij nalaat, zijn onuitwisbaar. Dat laat het volgende verhaal van Omar zien.

Wat er aan vooraf ging:

Dit had je niet mogen overkomen (1) – Mark, de teamleider

Wat er op volgde:

Dit had je niet mogen overkomen (3) – Omar, de medewerker