Veel geleerd

 

(Laatste opdracht van de schrijfcursus van Lisette Thooft.)

‘Niks heb ik geleerd, helemaal niks. Die cursus is weggegooid geld’. Het is een goede startzin van deze laatste opdracht van ‘schrijf met je lijf’ de schrijfcursus van Lisette Thooft. Ik heb de aandacht van mijn lezers en ik laat zien dat ik geleerd heb een tekst sterk te beginnen. De zin is niet waar. Ik leerde veel en nog belangrijker: ik schreef veel de afgelopen zomer.

Ik schreef onder anderen in de twee weken dat ik op Vlieland was. De zon scheen nauwelijks en er viel veel regen. Ideaal schrijfweer. Terwijl ik werkte aan opdracht twee en drie leerde ik over mijn schrijfproces. Ik kreeg een patroon en een ritme. Tijdens het wandelen langs het strand deed ik ideeën op. Ik verzamelde materiaal als ik weer in het huisje was waar ik verbleef en tikte alles wat me te binnen schoot in een document. Ik dacht na over de compositie. Veel mooie zinnen skipte ik omdat ze niet pasten bij de strekking van de tekst. Om het verlies van die mooie zinnen te verzachten maakte ik verschillende versies die ik allemaal bewaarde. Zo had ik het idee dat ik mijn darlings kon behouden.

Terwijl de regen op het huisje kletterde en de kachel snorde, schreef ik uren. Na elk uur nam ik een pauze en als het droog was beklom ik het duin achter mijn huisje, wierp een blik op de zee en keerde dan weer terug om verder te schrijven. Ik ontdekte dat schrijven tijd kost, helemaal wanneer een onderwerp gaat over iets wat me bezighoudt. Bij elke tekst die ik schreef was er een moment dat ik zeker wist dat het niks werd. Ik heb geleerd juist dan gestaag door te gaan.

Ik dacht aan vroeger toen ik kleding naaide. Ik herinner me dat als ik uren gewerkt had aan een nieuwe broek, ik niet wist of ik hem mooi vond. Zo gaat het nu ook als ik een tekst schrijf. Ik heb werkelijk geen idee meer hoe ik de tekst vind als hij klaar is, laat staan dat ik weet hoe anderen erop zullen reageren.

‘Wie doet dat nou, schrijven in de vakantie.’ ‘Iedereen doet leuke dingen en jij niet.’ ‘Het is niet normaal hoe lang jij over een opdracht doet.’ ‘Hoezo wil je schrijven, zo goed ben je helemaal niet.’ Mijn innerlijke criticus deed zijn best en beweerde niet alleen maar nonsens. Zo goed ben ik niet en vlot gaat het me niet af. Ik moet nog meer oefenen met het gebruiken van mijn innerlijke criticus in dat wat ik schrijf. Hetzelfde geldt voor het gebruiken van paradoxen in mensen. Ik begrijp het mechanisme; mensen doen het tegenovergestelde van dat wat goed voor hen is. Maar dat gebruiken in een verhaal vind ik nog niet meevallen.

Bij sommige teksten had ik plezier. Het was leuk het taalgebruik en de omgangsvormen van mensen waaraan ik me erger, te beschrijven. De feedback van Lisette op mijn teksten heeft er onder andere voor gezorgd dat ik nu zorgvuldiger de titel kies en goed in de gaten houd wat ik wil vertellen.

Ik ervaar schrijversgeluk. Ik schrijf aan het tafeltje in mijn tuin, de tafel in de woonkamer en in een van de vele restaurants die de stad waarin ik woon rijk is. Mijn iPad voor me, het schrijfschrift naast me. Mijn concentratie is het best in volledige stilte, bij het onpersoonlijke geluid van zoemende aanwezigen of bij een niet afleidend kalm muziekje. Een kopje thee, een lekker salade. Dat het me lukt zoveel tijd vrij te maken voor schrijven is nieuw en gedeeltelijk te danken aan de corona-tijd waarin we leven. Schrijven geeft me een doel, zorgt voor structuur en geeft invulling aan zinloze uren.

De lessen die Lisette schreef ga ik nog vaak teruglezen. De prettig geschreven hapklare brokken met mooie inhoud maakten dat ik ze meerdere malen las. Dat doe ik normaal gesproken niet, meestal skip ik snel door een cursus, lees alleen op hoofdlijnen en verlies dan mijn belangstelling.

Schrijfuren maken, daardoor word ik beter. Want voor mij is er nog veel te leren. De teksten over mijn werk zijn nu nog vaak te plat en daardoor saai. Ik ga experimenteren met compositie: orde-chaos-rust. Ik heb ervaren dat ik het fijn vind altijd een tekst ‘op de pennen te hebben’. Ik werk meestal aan meerdere teksten tegelijk die zich in verschillende stadia bevinden. Als ik tijd heb kies ik een grote klus, als ik moe ben kies ik een makkelijk klusje. Ideeën opdoen, verzamelen, corrigeren, aanvullen en verwijderen. Ik hoop het nog veel te doen.