‘Je komt altijd zo rustig over.’ Ik hoorde het vaak. Al kon ik mezelf daar vaak niks bij voorstellen, handig was het wel. Het kwam me in veel situaties goed van pas. Dat het zich tegen me kon keren ontdekte ik toen ik in het onderwijs werkte. Het was me allemaal te veel, ik had hulp nodig van de teamleider en sprak haar aan. Ze was een fijne vrouw, zei vast iets aardigs, gaf mogelijk tips, maar ze zag niet hoe wanhopig ik was. Mijn kalme uiterlijk misleidde haar, ze kwam niet op het idee me te helpen.
Pas veel later leerde ik in een training hoe ik anderen met mijn uitstraling soms op het verkeerde been zet. Ik deed een oefening met een man. Hij had, zogenaamd, het gouden kettinkje van mijn moeder. ‘Zorg dat je het terugkrijgt,’ was de opdracht. Dat lukte pas toen ik vertelde hoe erg ik het vond dat ik de ketting was kwijtgeraakt. Mijn moeder overleden, het enige aandenken. Maar die woorden alleen bleken niet voldoende. Pas toen mijn stem ging trillen, de tranen in mijn ogen stonden, het drama op mijn gezicht te zien was, overhandigde hij me het sieraad. Het voelde vreemd maar ik bereikte pas wat ik wilde toen mijn binnen- en buitenkant met elkaar klopten. Sinds de die oefening besef ik hoe essentieel congruentie is. Wanneer wat je zegt, voelt en uitstraalt met elkaar klopt, ben je geloofwaardig. Authentiek. Dat geeft anderen duidelijkheid en veiligheid, het helpt om echt gezien te worden.
