Schrijven en de maan

Schrijven en de maan

’O ja, wat is onze opdracht’. We staan al met de jassen aan. We zijn met onze schrijfgroep op deze donkere novemberdag in 2019 goed aan het werk geweest. We lazen onze teksten aan elkaar voor en werkten aan nieuwe. De groep helpt om in de hectiek van elke dag te blijven schrijven, want dat is wat we graag doen.

Nu staan we dus op het punt om naar huis te gaan. Een opdracht is niet verplicht maar het helpt. We weten nu al, onze teksten gaan totaal niet op elkaar lijken. Het is steeds verrassend elkaars werk te lezen.

Afbeelding met tekst, boek, tekenfilm, poster Automatisch gegenereerde beschrijving

Lees verder

Ze zijn allemaal zo talentvol hier dat ik niks liever wil dan verhuizen

Ze zit tegenover me, het hoofd voorovergebogen, haar ogen op de tekst gericht die ze schreef. Wat is ze goed, denk ik als ik luister terwijl zij voorleest. Mooie zinnen maakt ze en wat bewonder ik haar openhartigheid. Het maakt nieuwsgierig, geeft stof tot nadenken. In onze schrijfgroep, waar we beide aan deelnemen, geeft dat wat ze schrijft vaak aanleiding tot discussie en doorpraten. De woorden waarmee ze een diep verscholen taboe naar bovenhaalt amuseren me. Wat ze aankaart is herkenbaar. Dat zij woorden geeft aan wat ik niet zou durven schrijven of onder ogen durf te zien. Wat ze zegt en schrijft, ik moet er vaak beschaamd om lachen.

‘Ze zijn allemaal zo talentvol hier, dat ik niks liever wil dan verhuizen.’ Wauw, denk ik. Wat een prachtige zin. Haar stem klinkt vlak als ze hem uitspreekt en doorgaat naar de volgende. Ik hoor pijn in die woorden over verhuizen. Ik blijf steken, het lukt mij niet meer om haar stem te volgen. Ik wil begrijpen wat zij voelt. Het gaat over het dorp waar ze samen met haar man een aantal jaren geleden een huis kocht. Over de mensen die daar wonen en allemaal iets hebben met kunst. Ze zijn kunstenaar of denken dat te zijn. Waardoor is ze gekwetst vraag ik me af. Door wie, waardoor, waarmee.  Misschien is het feit dat die anderen allemaal kunstenaar zijn genoeg aanleiding om een oude pijn in haar naar boven te halen. Kan zijn dat ze daardoor is getriggerd.

Schrijfcursus historische fictie bij Volksuniversiteit Utrecht

Lees verder

Vlieland 2019

Net aangekomen
Is het  alsof ik niet ben weg geweest
Na een tijdje
Ga ik dromen
En verlangen dat ik altijd blijf
Zon, zee, wind, regen, rust
Tot ik me, bij het weggaan
Verzoen met het leven thuis
Dat op me wacht
Uitkijkend naar weer een keer Vlieland

Mezelf of een ander, niet of nooit geweest

‘O, wat leerzaam. Het is ook zo!’ denk ik als ik de tekst lees die ik in 2019 schreef voor het Coachlink Magazine. Een beetje raar want ik maakte hem zelf. Ik ben verbaasd, mijn eigen woorden verrassen me. Natuurlijk weet ik nog dat ik ze schreef maar het resultaat komt me nog nauwelijks bekend voor. In het artikel ‘Mezelf of een ander, niet of nooit geweest’ staan dingen die me opnieuw aan het denken zetten en inspireren.

Zo schrijf ik over Steven, die zich afvraagt of hij als zanger op het podium, een ander wordt of juist meer zichzelf. Een gevoel dat ik herken als ik aan het werk ben, een moeilijk gesprek voer met iemand of aan het schrijven ben. Ik ben dan in flow en val samen met wat ik aan het doen ben. Naderhand ben ik verbaasd over wie ik even leek te zijn. 

Ik schrijf over het lied van Acda en de Munnik ‘ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest’, dat prompt weer opplopt tussen mijn oren. Hoe Thomas Acda in het lied smeekt ‘laat het de zee zijn’ om de werkelijkheid nog even niet onder ogen te hoeven zien. 

Misschien kan ik de tekst van Paul Verhaeghe, vijf jaar nadat ik hem letterlijk citeerde nu voor het eerst echt begrijpen en in eigen woorden uitleggen: onze identiteit ligt niet vast. Het is een tijdelijk resultaat van dat waaraan we ons spiegelen in de buitenwereld en ons streven naar autonoom zijn. 

Lees verder

Je uitspreken

Ze is acht jaar. Ze kijkt en analyseert scherp en heeft geen angst om te zeggen wat ze vindt. Onlangs zei ze tegen een meester: ‘Waar bemoei je je mee?’. Hij liep toevallig voorbij en maakte een nare opmerking tegen haar vriendje dat daarvan moest huilen. Zij kreeg straf. Ze mocht niet zo brutaal zijn. Het maakt haar woedend want ze had toch gelijk, hij was toch niet hun leerkracht en hoefde zich toch niet te bemoeien met wat zij deden. Het was een nare opmerking en ze kwam op voor haar vriendje.

Lees verder

Omkijken naar elkaar, het stellen van vragen en het delen van levensverhalen

‘Ga als je in het café zit niet eenzelvig voor je uit zitten hummen of slap zwetsen en ga al helemaal niet kijken op je mobiel. Hou je klep eens, laat de wereld maar even wachten op jouw opinies en standpunten en vraag de ander eens wat. Vraag naar het meest beslissende besluit in iemands leven, naar zijn of haar jeugdherinneringen, naar keerpunten, naar momenten van vreugde, trots, verdriet of spijt of vraag naar iemands muzikale voorkeur. Pak vervolgens een bierviltje of een stukje papier en schrijf daarop in steekwoorden het verhaal op dat je te horen hebt gekregen, of maak er een mooie samenvattende zin van.’ 

Deze oproep doet Renate Dorrestijn in haar boek ‘Dagelijks werk, een schrijversleven’. Ik schrijf hierover in het artikel ‘omkijken naar elkaar, het stellen van vragen en het delen van levensverhalen’ dat geplaatst in het Coachlinkmagazine.

Lees verder

Een ode aan het zotte en nutteloze

‘Echt zinloos’. Ik sta met Corrie, mijn zus, bovenaan een piste. We discussiëren zoals zo vaak welke afdaling we zullen nemen. De route die ik voorstel wil zij niet en noemt ze ‘zinloos’. We lachen. Ze weet wat ik ga zeggen: ‘Skiën is sowieso zinloos.’

Op een feestje naast iemand zitten die tegen je aan praat zonder echt in gesprek te gaan. Mij kost het veel energie. Het leidt tot niks, vind ik. Zinloos dus. Met een scherp voorwerp op veertig auto’s krassen. Gebeurd in mijn straat, ook op mijn auto. Toen ik uitrekende hoeveel schade dat had veroorzaakt voelde ik hoe donker het werd in mij. Zinloos, is mijn mening.
Vroeger werd ik vaker overvallen door die grijze grauwe deken van zinloosheid. Als ik bijvoorbeeld iemand zag die aan het schoffelen was in zijn tuintje. Ik vroeg me dan af waar we het allemaal voor doen. Nu heb ik bij het werken in de tuin gelukkig een andere beleving.

Overpeinzingen, opgeroepen door een artikel. Ik lees in de Leeuwarder Courant van 5 januari 2019 ‘een les over de zin van dingen en over het zotte en het nutteloze’, geschreven door Lex Boon, journalist van het Parool. Het gaat over het iconische Hotel Spaander in Volendam, aan het Markermeer. Daar komen heel regelmatig brieven binnen van een onbekende afzender. Al veertig jaar. Handgeschreven. De inhoud is steeds ongeveer hetzelfde.

‘Dear Sirs,
How are you and how is the weather?
Thank you very much for sending me some informations the other day.
Please give my best regards to all members.
Yours faithfully, Mr Kaor Kamamoto.’

Lees verder

Het Schilderij 

Op de zolder van mijn moeder staat een schilderij. Niet het beste werk van mijn vader maar wel één met een mooi verhaal. Hij schilderde een vrouw. Van middelbare leeftijd. Haar zwarte haar opgestoken in een knoet. Achter de grote bril de ogen gesloten. Over de rode blouse een zwart vestje zonder mouwen. Een grote pleister op haar mond. De vrouw is mijn moeder. We vinden het kunstwerk als we na het overlijden van mijn vader de zolder opruimen. Op dat doek komen hun talenten samen. Een paar weken later, op een donkere zondag ben ik bij haar en vraag naar het achterliggende verhaal.

‘We speelden bij vrouwenverenigingen.’ Haar ogen naar boven, zoekend naar herinneringen aan de tijd dat ze samen met een groep vrouwen toneelspeelde.
‘We kwamen overal, zelfs in Groningen.’ Wat nu dichtbij lijkt was toen ver weg.  
‘De attributen die we nodig hadden namen we mee in de auto.’ Die van anderen want nooit leerde mijn moeder rijden.
‘We speelden een stuk over een rusthuis. Ik ben vergeten hoe het heette.’ En in dat stuk gebruikten ze het schilderij.


Lees verder