Een goede contactpersoon is goud waard

Slechts af en toe een melding.Toch is er veel aan de hand bij een grote organisatie waar ik vertrouwenspersoon ben. Bijna niemand kent me. Ver verborgen op het intranet zijn mijn gegevens te vinden. Voor de slimme zoeker. Ik heb er meerdere malen op aangedrongen meer aandacht te besteden aan mijn bekendheid. Maar mijn contactpersoon, de HR manager, vindt dat niet nodig. Heel anders is het bij een andere, vergelijkbare organisatie. Op mijn verzoek brengt mijn contactpersoon me in contact met de ondernemingsraad, de bedrijfsarts, de teamleiders en de bestuurder. Zij regelt presentaties in de teams en zorgt dat de afdeling communicatie een folder maakt en regelmatig iets over mij en mijn werk op het personeelsportaal zet. Zij wil dat het gewoon is dat medewerkers naar de vertrouwenspersoon gaan. Meer meldingen betekent voor haar: meer mogelijkheden om situaties te verbeteren. Goed werkgeverschap. Een goede contactpersoon is goud waard.

Lees verder

Jouw ogen

Toen ik vanmorgen in het park liep in mijn buurt, werd ik aangesproken door een vrouw die foto’s maakte. De ochtendzon gaf de herfstkleuren van de bomen een extra gloed en de vijver leek een zilveren spiegel.
‘Mooi he,’ zei ze toen ik langsliep.

‘Het zijn jouw ogen die het zien,’ dacht ik. Ik leerde dat spreekwoord eens van een buitenlandse cursist waaraan ik lesgaf.
We kunnen het zeggen tegen onze melders. ‘Wat goed dat jij hoort, ziet of voelt dat de situatie waarin je je bevindt niet ok is.’ Erkenning. Het maakt de situatie misschien een beetje minder naar. Het kan net het zelfvertrouwen en de moed geven vol te houden en door te zetten.

Hoe kijken de ogen? -

Lees verder

Veel geleerd

 

(Laatste opdracht van de schrijfcursus van Lisette Thooft.)

‘Niks heb ik geleerd, helemaal niks. Die cursus is weggegooid geld’. Het is een goede startzin van deze laatste opdracht van ‘schrijf met je lijf’ de schrijfcursus van Lisette Thooft. Ik heb de aandacht van mijn lezers en ik laat zien dat ik geleerd heb een tekst sterk te beginnen. De zin is niet waar. Ik leerde veel en nog belangrijker: ik schreef veel de afgelopen zomer.

Ik schreef onder anderen in de twee weken dat ik op Vlieland was. De zon scheen nauwelijks en er viel veel regen. Ideaal schrijfweer. Terwijl ik werkte aan opdracht twee en drie leerde ik over mijn schrijfproces. Ik kreeg een patroon en een ritme. Tijdens het wandelen langs het strand deed ik ideeën op. Ik verzamelde materiaal als ik weer in het huisje was waar ik verbleef en tikte alles wat me te binnen schoot in een document. Ik dacht na over de compositie. Veel mooie zinnen skipte ik omdat ze niet pasten bij de strekking van de tekst. Om het verlies van die mooie zinnen te verzachten maakte ik verschillende versies die ik allemaal bewaarde. Zo had ik het idee dat ik mijn darlings kon behouden.

Lees verder

Een klassiek geval

‘Ik ben een klassiek geval’ zegt de medewerker. Ze vertelt me over de collega die haar dagelijks stalkt met vele appjes. Elk werkoverleg mondt uit in verleidingspogingen. Ze heeft haar ervaringen met niemand gedeeld en zoekt een uitlaatklep. Ik ben de vertrouwenspersoon in de organisatie waar zij werkt. Ze wil dat niemand weet van haar situatie, bang voor de nadelige gevolgen voor de man. Ze schaamt zich. Ze dacht niet dat dit haar ooit zou overkomen. Omdat ze zich in eerste instantie wel gevleid voelde door zijn toenaderingen vindt ze dat ze zelf ook schuldig is. Het besluit heeft ze genomen. Ze is op zoek naar een andere baan. Ja, haar schaamte, schuldgevoel en angst voor de gevolgen van haar melding, voor de man die elke ‘nee’ van haar negeert, is klassiek.
Begrijpelijk dat ze geen signaal wil afgeven, denk ik na het gesprek. Jammer voor de organisatie. Zij is vast niet zijn enige en laatste slachtoffer. Niet alleen haar reacties zijn klassiek, mijn gedachtes en aannames zijn dat ook. 

Eerder schreef ik het artikel ‘seksuele intimidatie, lastig te stoppen’, voor de Leeuwarder Courant.

Herinneringen aan mijn kindertijd.

Herinneringen aan mijn kindertijd.

Ik zie haar geregeld, de vrouw die in het huis woont waarin ik opgroeide. We wonen maar een paar straten van elkaar. Als ik langs haar woning loop, de erker, het platte dak, kan ik me niet meer voorstellen dat wij daar met zeven mensen woonden: mijn ouders, broer, zussen, mijn opa en ik. Het stoepje voor de deur heeft al lang niet meer de gele tegels die mijn moeder elke zaterdag schrobde en de steeg die in mijn herinnering groot en lang was blijkt kort en smal.

Huis verkocht: Jacob Marisstraat 17 8932 KC Leeuwarden | Funda

Lees verder

Van wens naar werkelijkheid

In het begin van coronacrisis voelde ik me af en toe weer een startende ondernemer. Toen vrijwel al mijn afspraken werden afgezegd ging ik op zoek naar mogelijkheden en kansen. Ik wilde werk. Ik probeerde zichtbaar te blijven voor opdrachtgevers, lette op wat andere ondernemers deden en wachtte en hoopte.

Toen ik startte als ondernemer meer dan 15 jaar geleden had ik veel aan ‘de creatiespiraal’, een model van Marinus Knoope. Ondernemen is creëren, ondernemen gaat volgens de twaalf stappen van de creatiespiraal, aldus Knoope. Je deelt je ideeën, je maakt plannen, je volhardt en je kijkt tevreden terug om vervolgens met een nieuw idee, wens of verlangen aan de slag te gaan.

De creatiespiraal, Marinus Knoope

Het is voor veel ondernemers een moeilijke tijd. Als je je werk kwijt bent en geld nodig hebt is het begrijpelijk dat je alles aanpakt. Knoope adviseert altijd je wensen en verlangens serieus te nemen. Want zo schrijft hij:

‘Wie zijn verlangen negeert en veroordeelt, is als een appelboom die blijft proberen peren of bananen te maken’.

Hieronder het hele artikel. (Geplaatst in het coachlinkmagazine nummer 8, november 2017).

Een steen in de beek verveelt zich niet

Het is eerste paasdag. Stralende zon, blauwe lucht en natuur die tot leven komt. Ik voel de buitenwereld aan me trekken. Ik slik. Schuif heen en weer op de stoel bij de tafel die ik van tante Wil erfde en zo mooi opnieuw is bekleed. Ik voel de armleuningen klemmen, alsof ik minder ruimte heb dan anders. Voor mij ligt de Trouw.  Als ik mijn hoofd opricht zie ik de uitspruitende tuin. Het terrasje voor de schuur. Ik sta op. Nog maar een kopje kruidenthee.

Thuisblijven, in eigen tuin of dichtbij huis. Corona-verordening, het moet van Mark Rutte, onze premier. Naar mijn idee is iedereen buiten, op slimme plekken, daar waar ik ook zou willen zijn. Wandelaars op het strand, fietsers in het bos, tuinen vol 1,5 meter gezelligheid.

Niet voor mij want op deze zonnige warme dag, waarop de bomen uitbotten, is mijn immuunsysteem het gevecht aangegaan met de pollen in de lucht. Jeukende ogen, verstopte neus, piepende longen. Opstaan kost moeite, zitten is te veel. Niet ziek, want hooikoorts is niet ziek. Of wel? Nooit noem ik het zo. Buikgriep, dat vind ik ziek. Dat had ik twee weken geleden. Minder beroerd dan nu. Geen lichaam dat voelde als lood, geen ogen die uit mijn hoofd brandden. Coronacrises, Pasen en pollen. Voor mij geen uitjes. Voor mij niet buiten. Dubbel gestraft.

Afbeelding met kunst, landschap, Schilderverf, schets Automatisch gegenereerde beschrijving

Lees verder

Een coronamomentje

Een strak ritme. Alles op een vaste tijd, op dezelfde manier. Jaloers op mensen die zo leven. Normaal ben ik niet zo gestructureerd maar er is weinig meer normaal. Het is maart 2020, de eerste maand van de coronacrisis. Weinig werk en de zon die onafgebroken schijnt. Vaste patronen als zekerheid, als houvast dat me door de dagen helpt. Zo komt het dat ik na de lunch, net als de afgelopen dagen, een rondje loop. Steeds een andere route. Met structuur moet je niet overdrijven. Na meer dan een uur kom ik langs Panhuis. Mijn favoriete bloemenwinkel. Vorige week bestelde ik er nog een prachtig boeket voor mijn jarige zus. Geen feestje. Strenge maatregelen.

‘Ik ben bang dat we moeten sluiten,’ zei de eigenaar toen tegen mij. Ze keek er bij alsof ze me een groot geheim vertelde.
‘Niet heel erg,’ ging ze verder.
‘We hebben het zó druk met bezorgen. Niet normaal.’
‘Fijn voor jullie, die drukte.’ Mijn glimlach ging moeizaam. Nu we niks meer mogen is naar deze winkel gaan een uitje. Het is wél erg als de winkel dicht gaat, wilde ik roepen. Hoe moet het dan met mij, wilde ik smeken. Maar ik bleef stil.

Lees verder

Supergoed

‘Supergoed Peta! Je doet het supergoed’, roept Janneke de jonge ski-trainer. Haar blauwe trainingspak, het blonde haar strak naar achteren in een knotje. Het tutoyeren, mijn voornaam. Ik zou haar oma kunnen zijn. Iets doen wat ik helemaal niet kan, al mijn zorgvuldig opgebouwde waardigheid en aanzien lijkt vervlogen. Deze enthousiaste, zelfverzekerde vrouw, haar vergeef ik alles. Met haar volle aandacht is ze bij de pogingen die ik doe om vertrouwd te raken met de borstelbaan die onder mij doordraait. Een helling van 25 %, om mee te beginnen. Mijn hart bonkt in mijn keel. Angstvallig houd ik me vast aan de stang onderaan de baan. Hier in deze koude hal, parelt het zweet van mijn voorhoofd. Mijn ogen schieten heen en weer. Ik wil weten waar Janneke is, zij heeft de afstandsbediening waar de band mee kan worden gestopt. Visioenen dat die me op een onbewaakt ogenblik, omhoogtrekt en me daarboven over het randje smijt. Ik heb geen enkel benul wat ik met mijn skies moet doen. De stokken en mijn hersens in de knoop. Even kort de stang loslaten en me naar boven laten rollen, zeker is dat supergoed maar dat maakt me nog lang geen goeie skiër.

Lees verder

Nieuw begin, signaal afgeven

Niks goeds verwacht mijn melder van het gesprek dat ze binnenkort met haar teamleider heeft. Onnodig gedoe over het rooster en over haar manier van communiceren, vindt ze.

Na dat gesprek vertelt ze me dat ze nu helemaal geen vertrouwen meer in heeft. De boosheid spat van haar gezicht. Ze is het zat, heeft inmiddels een andere baan gevonden.
‘Wil je nog een gesprek met de regiomanager?’ vraag ik. Iemand die vertrekt heeft niks meer te verliezen. Haar signaal kan belangrijk zijn.

Haar goed voorbereide verhaal doet ze bij de regiomanager. Ze vertelt dat collega’s weg zijn gegaan om de onbehouwenheid en het onbegrip van de teamleider, inhoudelijk vaak niet op de hoogte, informeert het team nauwelijks informeert over ontwikkelingen. Niet gezien, niet gehoord, niet gewaardeerd. Zo voelen ze zich. Het team mist door de slechte aansturing samenhang, analyseert de vrouw die het werk zo aan het hart ligt. Samenhang is belangrijk, ze hebben elkaar nodig.
Met respect en bewondering, luister ik naar de mooie vragen die de regiomanager stelt. Zij neemt de melder heel serieus.
‘Het kan gewoon zoveel beter,’ vat de melder haar verhaal samen. Ze zegt dat ze uitkijkt naar een nieuw begin, in een andere organisatie.  Het zou zomaar kunnen dat haar signaal ook een nieuw begin betekent voor haar collega’s.

Een nieuw begin

Lees verder