‘Pannenkoekrestaurant of Bistro?’ Een vriendelijke stem uit mijn telefoon. Op de achtergrond het geluid van opgewonden kinderen. Bomvol, klinkt het. Na de 25 kilometer die ik vandaag gelopen heb, Coevorden-Hardenberg, etappe van het Pieterpad, wil ik lawaai en drukte vermijden. Dat dat anders uitpakt weet ik dan nog niet.
‘Doe maar Bistro,’ zeg ik. Een eetgelegenheid pal naast het hotel waar ik komende nacht zal slapen. Drie kilometer teruglopen naar het centrum waar andere eetgelegenheden zijn, ik moet er even niet aan denken.
Twee uur later loop ik naar binnen over de oneffen vloer. De ruwe stenen op de muur doen me denken aan de pizzeria in Leeuwarden waar ik altijd bang ben dat er weinig voor nodig is om de boel in vlammen op te laten gaan. Geen enkele uitweg.
Snel wordt er plaats voor me gemaakt. Gebruikt bestek en borden opgeruimd. Het tafelblad gepoetst en opnieuw gedekt. Het is de zwarte vierkante tafel waar ik aan ga zitten. De warmte kruipt omhoog naar mijn hoofd. Zweet op mijn rug. De grote eetzaal van het luxe hotel in Twente. Ik zit er weer. Obers en serveersters, achter lage trollies, die ze behendig door de zaal manoeuvreren, elkaar zorgvuldig vermijdend. Zwarte handschoentjes, mondkapjes. Net als nu een wandelvakantie. Coronatijd. Blauwe linnen broek met witzijden bloesje. Een zilveren ketting, gekleurde armbandjes en twee zilveren ringen. Na een dag lopen en zweten heb ik net als de drie dagen ervoor, echt even mijn best gedaan. Het dikke boek van John Boyne, een van mijn favoriete schrijvers, op de rode zitting van de stoel aan mijn linker kant. Uit het zicht. Om de wachttijd tussen de vele gangen mee te vullen.

