Haute Cuisine

‘Pannenkoekrestaurant of Bistro?’ Een vriendelijke stem uit mijn telefoon. Op de achtergrond het geluid van opgewonden kinderen. Bomvol, klinkt het. Na de 25 kilometer die ik vandaag gelopen heb, Coevorden-Hardenberg, etappe van het Pieterpad, wil ik lawaai en drukte vermijden. Dat dat anders uitpakt weet ik dan nog niet.
‘Doe maar Bistro,’ zeg ik. Een eetgelegenheid pal naast het hotel waar ik komende nacht zal slapen. Drie kilometer teruglopen naar het centrum waar andere eetgelegenheden zijn, ik moet er even niet aan denken.

Twee uur later loop ik naar binnen over de oneffen vloer. De ruwe stenen op de muur doen me denken aan de pizzeria in Leeuwarden waar ik altijd bang ben dat er weinig voor nodig is om de boel in vlammen op te laten gaan. Geen enkele uitweg.
Snel wordt er plaats voor me gemaakt. Gebruikt bestek en borden opgeruimd. Het tafelblad gepoetst en opnieuw gedekt. Het is de zwarte vierkante tafel waar ik aan ga zitten. De warmte kruipt omhoog naar mijn hoofd. Zweet op mijn rug. De grote eetzaal van het luxe hotel in Twente. Ik zit er weer. Obers en serveersters, achter lage trollies, die ze behendig door de zaal manoeuvreren, elkaar zorgvuldig vermijdend. Zwarte handschoentjes, mondkapjes. Net als nu een wandelvakantie. Coronatijd. Blauwe linnen broek met witzijden bloesje. Een zilveren ketting, gekleurde armbandjes en twee zilveren ringen. Na een dag lopen en zweten heb ik net als de drie dagen ervoor, echt even mijn best gedaan. Het dikke boek van John Boyne, een van mijn favoriete schrijvers, op de rode zitting van de stoel aan mijn linker kant. Uit het zicht. Om de wachttijd tussen de vele gangen mee te vullen.

Gegenereerde afbeelding

Lees verder

Dit had je niet mogen overkomen (3) – Omar, de medewerker  

‘Ik zie het niet meer zitten.’ In de display van mijn telefoon zag ik de naam van Omar. Dus parkeerde ik mijn auto, aan het kanaal, op een industrieterrein. Een stop, aan het eind van de middag, onderweg naar huis.  ‘Alles…,’ zegt hij. Ik hoor hem zachtjes snikken. ‘Alles is er weer.’ Zijn stem had ik vaak gehoord maar dat was meer dan twee jaar geleden. Toen werd hij gepest door zijn leidinggevende. Ik voel het stuur tegen mijn buik, ik heb geen ruimte voor mijn laptop, kan niet teruglezen hoe en wat precies. Dan zie ik in mijn hoofd een beeld van Ageeth, veroorzaker van zijn ellende. Maar die werkt al lang niet meer in de organisatie waar ik vertrouwenspersoon ben.

‘Ik hoor je,’ zeg ik. Stom zinnetje maar ik wil hem laten weten dat ik er ben en naar hem luister.
‘Op t.v.,’ zegt hij. Ik doe mijn best om te horen wat hij zegt. ‘De hele tijd.’ Dan snap ik het. Al twee weken ging het op t.v. over De Wereld Draait Door.
‘Het is…’ Hij maakt zijn zin niet af. Veel, denk ik. Zwaar, en nog veel meer. Alle emoties die hij zo zorgvuldig had opgeborgen zijn er weer. Hij is getriggerd door het nieuws over het jarenlange intimiderende gedrag van een redactie. Lees verder

Dit had je niet mogen overkomen (2) – Ageeth, de veroorzaker

Ergens in de chaos rond Mark, (over hem schreef ik eerder), en anderen die in de klem van Ageeth waren geraakt, belandde ik aan haar bureau. De manager HR, mijn contactpersoon en bondgenoot van Ageeth, had de afspraak geregeld. Zij vond het een goed idee dat ik in gesprek ging met de vrouw die niet gehinderd leek door enig empathisch vermogen. Tenminste, dat had ik van Mark en de anderen begrepen. Ik zou de signalen die ik van de medewerkers had gekregen delen met Ageeth.
Als ik tegenover haar zit, zie ik dat ze haar bureaustoel zo heeft afgesteld dat alleen de punten van haar pumps de grond nog kunnen raken. Haar korte rokje schuift ze met de stoel onder het tafelblad. Dat rokje draagt ze alleen op de dagen dat ze een afspraak heeft met mannelijke hooggeplaatsten, is mij verteld. Haar rode leren jasje steekt af tegen de groene wand waarvoor ze zit, het kleurige logo van de organisatie is er groot op afgedrukt. Ik zie het net boven haar hoofd, het lijkt een kroon. Lees verder

Dit had je niet mogen overkomen (1) – Mark, de teamleider

     ‘Blijf jij wel?’ De stem van Mark klinkt onvast. Hij is teamleider in de organisatie waar ik vertrouwenspersoon ben. Ik noem hem hier Mark. In de ruimte die ik speciaal voor ons gesprek huurde hangt de geur van oude meubels en niet goed schoongemaakte vloerbedekking. Ik doe het grote raam open. Vierhoog, niemand die ons ziet, uitzicht op de spoorbaan. We zitten elk aan een kant van de grote vergadertafel met diepe krassen in het donkere hout.
‘Jouw goeie naam…nogal schadelijk allemaal,’ zegt hij. In mijn hoofd check ik voor de zoveelste keer: klopt het nog wel dat ik voor deze organisatie werk? Het is een ongekende puinhoop. Wat ik er allemaal meemaak, ik zou er een boek over kunnen schrijven. Een dik boek, dat wel,  maar vast niet leuk om te lezen. Er zijn geen routes in de organisatie ingericht om penibele kwesties met medewerkers op te lossen. De directie kijkt weg, de raad van toezicht vindt het niet hun verantwoordelijkheid. Niemand die iets doet. Raar als ik op zou stappen. Dit is mijn werk, hier ben ik voor.

Lees verder

De winkelbeleving. 

‘Ik voel me niet echt welkom.’ De woorden zijn eruit voor ik er erg in heb. Harde stem. De karren met planten die altijd buiten naast de ingang staan, bevinden zich nu op de mat voor de automatische deur waardoor ik net naar binnen ging. Lekker handig! Ik moest er omheen lopen om een boodschappenkarretje te pakken. De mobiel die ik uit mijn jaszak haal licht op. Nog niet eens kwart voor zes. 

Lees verder

De bouwcommissie en de CEO (2)

Straks het raam maar even open, denk ik. De geur van parfum en sigaretten. De vier mensen die aan de grote tafel in mijn kantoor zijn gaan zitten, kijken ernstig.
‘Pak vooral koffie en thee.’ Ik wijs naar de kannen die midden op tafel staan.
‘Een lang verhaal…’ De lange blonde haren van de jonge vrouw die links van me zit, glijden van haar schouders. De blik laat ze vragend langs haar collega’s gaan.
‘…weten niet goed…het beste is.’ Een van de twee mannen heeft zijn armen over elkaar geslagen, voor hem op de tafel. Zijn blauwe colbert heeft hij losgeknoopt. Op het puntje van zijn stoel. Ze hebben een lange aanloop nodig, zeggen ze. Ik ben het gewend.

‘Belangrijk dat je het snapt.’ De bordeauxrode pen met daarop mijn bedrijfsnaam heb ik in de aanslag. Schrijven, zodat ik niets vergeet. Ze werken op verschillende afdelingen van een snelgroeiend bedrijf. Een jaar geleden kwam de vraag: plaatsnemen in de bouwcommissie. Een nieuw magazijn. De ideale opslagplaats ontwerpen. Leuke opdracht. Ze hadden elkaar al snel gevonden. Veel overwerk maar dat vonden ze niet erg. Totdat ze merkten dat er niks gedaan werd met hun goed doordachte ideeën. Geen uitnodigingen voor cruciale overleggen, geheime agenda’s, kleinerende opmerkingen van de voorzitter. Ze spreken mensen aan, komen op voor zichzelf en voor elkaar maar kunnen niet voorkomen dat de onderlinge verhoudingen steeds slechter worden. Als ze nauwelijks nog energie en tijd over hebben voor hun dagelijkse werk, hangen ze de opdracht waar ze zo enthousiast aan waren begonnen, aan de wilgen.

Lees verder

De CEO en de bouwcommissie (1)

Net liep ze nog op de begane grond van het grote concern dat ze bestuurt. Haar rug recht, de ogen strak gericht in de looprichting. Links en rechts van haar twee mensen. De grootte van hun passen afgestemd op die van haar. Een van hen heeft een schrijfblokje in de aanslag, niets van wat zij zegt mag verloren gaan. Ze stappen de lift in. Simultaan.

Als ik een paar minuten later naar haar kantoor loop, op de eerste verdieping, staat ze naast de deur. Op de bollen van haar voet draait ze zich om als ze me ziet en beent naar binnen. Op haar rug zie ik de chique knoopjes van het blauwe jasje dat ze draagt. Ik volg de vrouw van middelbare leeftijd, hoop dat dat de bedoeling is. De zolen van mijn sneakers bewegen zich stroef over het lichtgrijze tapijt.

‘Als je goed je werk gedaan had…,’ zegt ze terwijl ik me op een van de stoelen laat zakken. Buiten, boven de vijver, hangen donkere dreigende wolken.
‘…je had bij me moeten komen.’ Haar rug fier in de comfortabele stoel. Haar stem scherp, direct, alsof ik een bevel heb genegeerd.
‘Mijn kant van het verhaal…,’ gaat ze verder. Ik moet schakelen. Dacht dat we het jaarverslag zouden bespreken.
‘…wat zij zeggen…niet waar.’ Een priemende blik. Alsof ze haar waarheid in me wil planten.
‘Ík ben geïntimideerd.’ De wijsvinger van haar linkerhand tikt meerdere keren hoorbaar op haar borst.

Lees verder

Als-dan, bij de Mathaus Passion

Stille donderdag. De Matthäus Passion. Al een aantal jaren vaste prik. Groningen dit jaar. Een lange muzikale zit. Als we onze stoelen gevonden hebben prikkelen de hier en daar te rijkelijk opgespoten parfums mijn slijmvliezen. De vrouw naast me hoest nog eens voluit. Hopen dat het gekriebel in haar longen straks niet opspeelt.

Al snel vullen de klanken van koor en orkest de Oosterpoort. Het Roder jongenskoor. Pijen in een rechte rij geordend voor het orkest. De jonge ogen ernstig de zaal in. Een enkel paar angstig. Als ze aan de beurt zijn klinken ze puur en zuiver. De tijdloze sereniteit van hun zang stroomt door mijn lichaam. Ik hoop dat die de flarden van zinnen die door mijn hoofd razen wegspoelt.

‘Ik stop bij jullie.’ Nog bijna drie maanden hadden ze om een opvolger te zoeken.Bachs Matthäus-Passion door Raphaël Pichon | NPO Radio 4 | NPO Klassiek Lees verder

Wat haar nou toch was overkomen!

Al meer dan twintig jaar werkt ze als verpleegkundige in het ziekenhuis waar ik vertrouwenspersoon ben. Ik noem haar hier Sia. Als ze nachtdienst heeft zit ze, op de rustige momenten, altijd op hetzelfde stille plekje. Dat is al jaren zo. Bereikbaar voor iedereen, weg van de drukte van de personeelskamer. Een paar weken geleden is een collega daarover gaan mopperen. Niet tegen Sia, maar wel in de wandelgangen. Toen dat geroddel de leidinggevende ter ore kwam, moest Sia op gesprek komen.

‘Het gaat om jouw functioneren in de nachtdienst,’ begint de teamleider. Ernstige blik, rechte rug. De HR-adviseur aan haar zijde, haar blik op het scherm van de laptop gericht. Een verslag gaat er komen.
‘We hebben signalen ontvangen, je weet vast waar het over gaat.’ De HR-adviseur maakt bewegingen met haar hoofd in de richting van Sia. Nog voor er een reactie volgt gaat ze verder.
‘In dit gesprek doen we wederhoor.’ De armen voor haar borst trekt Sia verder in elkaar. Ze wil de storm in haar binnenste verhinderen los te barsten.
‘Bij ons gingen er alarmbellen rinkelen…,’ de stem van de personeelsadviseur klinkt pittig. Wellicht getriggerd door het weerwoord dat uitblijft, de boze blikken van Sia.
‘We gaan veertien collega’s horen. Een onderzoek.’ Weg wil Sia uit dit bedompte kantoor waar het altijd stinkt naar de bijna dode planten in de vensterbank die nooit water krijgen. Wat denken ze wel. Zij die altijd lof krijgt, die haar werk met hart en ziel doet.

Zwarte ronde eettafel 120 cm voor 4 personen

Lees verder

The housecleaner

De housecleaner

‘My wife loves the housecleaner.’  Weer thuis. Na vijf dagen cursus met mensen vanuit de hele wereld, produceren mijn hersens nog steeds Engelse zinnen. Een hoofd vol indrukken en ervaringen. I am still processing. Ik leerde nieuwe dingen over logosynthese, het bijzondere model waar ik als coach al jaren mee werk. Vanuit het conferentiehotel Vila Heidebad in Epe was ik geïnspireerd weggereden. Zin om iets concreets te doen. Ik reed langs een tuincentrum en kocht veertien struikjes. Om de gaten in het hegje in mijn achtertuin mee op te vullen.

‘Until now, nobody cleaned the way my wife likes.’ De eetzaal doemt voor mijn ogen op. De man die de woorden sprak tegenover mij. De beschuitjes met ei, de geur van versgebakken croissants bij het ontbijt. Het heerlijkste eten ’s avonds bij het diner. We maakten foto’s van elk gerecht. De kunstwerken leverden bewonderende reacties op van het thuisfront!

Lees verder